De WISC-V intelligentietest

1
2320
WISC-V intelligentietest

De WISC-V of WISC 5 is de vijfde versie van de Wechsler Intelligence Scale for Children, een intelligentietest speciaal ontwikkeld voor kinderen. De test meet het cognitief functioneren van kinderen en laat toe om Indexen voor verschillende cognitieve vaardigheden en een Totaal IQ te berekenen. Het Totaal IQ, de Intelligentie Quotiënt, geeft een inschatting van de intelligentie, oftewel de cognitieve vaardigheden van een persoon. Een IQ (of Index) van 100 is een gemiddeld IQ, iemand met een IQ boven de 130 wordt hoogbegaafd genoemd. De WISC intelligentietest wordt veel gebruikt bij kinderen.

Het doel van deze intelligentietest

Met de WISC-V wordt de intelligentie van een kind gemeten. Dit is altijd een schatting, omdat intelligentie zo’n veelomvattend en complex begrip is. Ook hebben andere factoren invloed op het resultaat zoals fysieke gesteldheid, gezondheid, vermoeidheid of emoties. Een intelligentietest is dan ook altijd een momentopname. De IQ en Index scores kunnen door de jaren veranderen.

Behalve het meten van het totale IQ geeft de test ook een beeld van de cognitieve vaardigheden van het kind. Sterktes en zwaktes komen duidelijk naar voren. Ook is het mogelijk om problemen op te sporen en te herkennen.

De doelgroep waar deze test voor bedoeld is, zijn kinderen en jongeren van 6 tot 17 jaar. Er bestaan ook tests die voor jongere kinderen gebruikt kunnen worden, maar de WISC is specifiek bedoeld voor kinderen vanaf 6 jaar. Bij jongere kinderen heeft de test geen betrouwbare voorspellende waarde. Ook is het voor sommige testonderdelen nodig dat het kind bepaalde kennis en vaardigheden heeft, zoals het kennen van cijfers en letters.

Inhoud van de WISC-V

Deze test bestaat uit 14 onderdelen, de subtesten. Aan de hand van een instructie moet het kind talige of niet-talige opdrachten uitvoeren. Er moeten minimaal 7 subtesten worden afgenomen om het TIQ (totale of globale IQ) vast te kunnen stellen. Het uitvoeren van alle testen geeft natuurlijk een completer beeld.

De WISC-V bestaat uit de volgende subtesten:

  • Blokpatronen
  • Overeenkomsten
  • Matrix redeneren
  • Cijferreeksen
  • Symbool substitutie coderen
  • Woordenschat/woordkennis
  • Gewichten
  • Figuur samenstellen
  • Plaatjesreeksen
  • Symbool zoeken/vergelijken
  • Cijfers en letters nazeggen
  • Figuur zoeken
  • Begrijpen
  • Rekenen

De subtesten zijn bedoeld om inzicht te krijgen in 10 specifieke aspecten van intelligentie, ook wel indexen genoemd. De score per index geeft aan of dit een sterkte of zwakte is door te vergelijken met de gemiddelde scores op de Indexen (GIS of Gemiddelde Index Score).

De Primaire Indexen die gemeten worden zijn:

  • Verbaal begrip
  • Visueel-ruimtelijk
  • Fluïde redeneren (het vermogen om nieuwe, onbekende problemen op te lossen)
  • Werkgeheugen
  • Verwerkingssnelheid

De Secundaire Indexen die gemeten worden zijn:

  • Kwantitatief redeneren (redeneren met getallen, wiskundige concepten)
  • Auditief werkgeheugen
  • Non-verbaal
  • Algemene vaardigheid
  • Cognitieve competentie

Het afnemen van de intelligentietest

De WISC-V kan op de traditionele manier, met pen en papier worden afgenomen, maar er bestaat ook een mogelijkheid om de test interactief digitaal af te nemen. De subtesten worden dan allemaal op een tablet uitgevoerd, met uitzondering van de Blokpatronen, waar “echte” blokken voor nodig zijn. Er werden echter enkel normen verzameld voor een afname op de traditionele manier.

De afname van een complete test duurt ongeveer 1 à 2 uur, afhankelijk van de leeftijd en capaciteiten van het kind en de ervarenheid van de persoon die de test afneemt. Omdat er voor het bepalen van het TIQ maar 7 van de 10 subtesten noodzakelijk zijn, is het mogelijk om de test in een kortere tijd af te nemen. Je kan dan wel enkele Indexen niet berekenen.

De scores van de verschillende subtesten worden vervolgens via een online platform verwerkt tot een rapportage. In de rapportage staan de resultaten per Index, maar er worden ook diverse analyse gedaan om tot het eindresultaat te komen.

Interpretatie van de resultaten

De test geeft een duidelijk beeld van het cognitief functioneren van een kind. Het TIQ, of Totaal IQ omvat de algemene, globale intelligentie. De Indexscores zijn een maat voor de cognitieve capaciteitenHet TIQ, of Totaal IQ omvat de algemene, globale intelligenti, zoals fluïde redeneren, verbaal begrip, visueel-ruimtelijke informatie, kortetermijngeheugen en verwerkingssnelheid.

Het TIQ is een schatting voor het totaalplaatje. Van de afzonderlijke indexen kunnen de scores nogal verschillen. Zo kan iemand bijvoorbeeld verbaal sterk zijn, maar een slecht ruimtelijk inzicht hebben. Door naar de indexen te kijken, worden sterktes en zwaktes in kaart gebracht, wat handig is in de vertaling naar handelingsgerichte adviezen.

De rapportage omvat dan ook meer dan alleen het vastgestelde TIQ. Ook de andere factoren die een rol spelen worden in kaart gebracht. Door de testresultaten te analyseren kan er worden nagegaan wat de mogelijke oorzaak van een (leer)probleem is.

WISC-V opvolger van WISC-III

De WISC-V is de vernieuwde versie van de WISC-III. De eerste WISC werd in de jaren ’30 van vorige eeuw ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Davis Wechsler. Hoewel de test aanvankelijk bedoeld was voor het Amerikaanse leger, werd deze al gauw algemeen gebruikt. De WISC werd verder ontwikkeld en aangepast in nieuwe versies.

De in 2002 uitgebrachte Nederlandse versie van de WISC-III was de meest gebruikte intelligentietest voor kinderen in Nederland. Omdat taal, uitdrukkingen en cultuur een belangrijke rol spelen, is een nauwkeurige vertaalde versie belangrijk. De WISC-IV werd in Nederland niet uitgebracht. Hier gaan we van de WISC-III meteen naar de WISC-V. Deze nieuwste versie is aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten, maar ook aan de huidige, moderne tijd.

Hoewel de WISC-III altijd betrouwbaar bleek, is het belangrijk om de test verder te blijven ontwikkelen en indien nodig aan te passen. De theoretische basis is volledig herzien, naar aanleiding van nieuwe inzichten en theorieën. De testonderdelen zijn speelser en sluiten daardoor beter aan op de ontwikkeling van het kind. Ook is de test makkelijker in gebruik en nog beter toe te passen. De plaatjes zijn vernieuwd en de instructies opnieuw geformuleerd. Er zijn een aantal nieuwe subtesten toegevoegd en een aantal oude zijn eruit gehaald. Dit alles zorgt ervoor dat de test betrouwbaar blijft, met de tijd meegaat en bovendien een vollediger beeld van de capaciteiten van een kind kan geven.

De theorie achter de WISC-V

De vorige versie van deze intelligentietest ging uit van de theorie van Wechsler. Intelligentie wordt hierbij beschouwd als een algemeen, globaal vermogen. Wechler onderscheidt daarbij de verbale en performale schaal, voor taal en handelen. De WISC-V is gebaseerd op nieuwe inzichten en heeft een andere theoretische basis, het CHC-model. De structuur verandert daardoor en er wordt gewerkt met indexen in plaats van schalen.

Het CHC-model

De vorige versie van deze intelligentietest ging uit van de theorie van Wechsler. Intelligentie wordt hierbij beschouwd als een algemeen, globaal vermogen. Wechler onderscheidde daarbij de verbale en performale schaal, voor taal en handelen. De WISC-V is gebaseerd op nieuwe inzichten en heeft een andere theoretische basis, namelijk het CHC-model. De structuur verandert daardoor en er wordt gewerkt met Indexen in plaats van schalen.

• Vloeiende intelligentie, het vermogen om nieuwe, onbekende problemen op te lossen
• Kwantitatieve kennis, het redeneren met getallen en begrijpen van wiskundige concepten
• Gekristalliseerde kennis, mate waarin je (cultuurspecifieke) kennis kan aanleren en effectief kunt toepassen
• Schoolvaardigheden, lezen en schrijven, het begrijpen van geschreven taal
• Korte termijn geheugen
• Visuele informatieverwerking, het vermogen om een mentale voorstelling te maken en het herkennen en gebruiken van visuele patronen
• Auditieve informatieverwerking, het oppikken en verwerken van geluiden
• Lange termijn geheugen
• Verwerkingssnelheid, het snel en vloeiend volbrengen van een (eenvoudige) taak
• Reactiesnelheid, snelheid van reageren of beslissen

De bredere cognitieve vaardigheden worden gevormd door de smalle cognitieve vaardigheden. De subtesten van de WISC-V sluiten aan bij de smalle cognitieve vaardigheden. Door deze te analyseren kan een groot deel van de brede cognitieve vaardigheden in kaart gebracht worden.

Kwaliteit en betrouwbaarheid

De WISC-V wordt, net als zijn voorganger gezien als een kwalitatief meetinstrument. De betrouwbaarheid en validiteit zijn uitvoerig getest. De test is betrouwbaar als de meetresultaten de werkelijkheid goed weergeven, ook zou het resultaat van dezelfde persoon steeds gelijk moeten blijven. Omdat de intelligentietest de individuele score vergelijkt met de norm, is het zorgvuldig vaststellen van deze norm zeer belangrijk om de test betrouwbaar te kunnen noemen. De grootte en samenstelling van de normgroep spelen hierbij een grote rol. De WISC-V heeft een COTAN beoordeling,.

Gebruik en toepassing

De WISC-V kan gebruikt worden om het cognitief functioneren bij kinderen en jongeren vast te stellen. Het kan in verschillende situaties nuttig zijn om een intelligentietest bij kinderen af te nemen. Niet alleen om het TIQ en dus de capaciteiten van het kind te bepalen, maar ook om de oorzaak van problemen te vinden. Het is belangrijk om problemen of stoornissen vroegtijdig te signaleren, zodat er indien nodig ingegrepen kan worden. Goede begeleiding is essentieel voor een optimale ontwikkeling van het kind. Een intelligentietest kan bijvoorbeeld gebruikt worden om:

• Hoogbegaafdheid vaststellen
Wanneer het bekend is dat een kind hoogbegaafd is, kan het leerproces en lesprogramma hierop worden afgestemd. Goede begeleiding van hoogbegaafde kinderen helpt problemen zoals onderpresteren, verminderde motivatie of gedragsproblemen te verminderen of voorkomen.

• Vergelijken van het IQ en de schoolprestaties
Wanneer de resultaten op school tegenvallen, is het goed om na te gaan of het kind het niveau niet aan kan. Anders zijn er wellicht andere oorzaken voor het disfunctioneren, zoals faalangst of emotionele frustratie.

• Opsporen van mogelijke leerproblemen
Mogelijke beperkingen, zoals dyslexie kunnen worden achterhaalt. Het kind heeft dan een (boven)gemiddelde intelligentie, alleen moeite met (geschreven) taal.

• Sterktes en zwaktes analyseren
Niet iedereen is overal even goed in, maar het kan handig zijn om te weten wat de sterke en zwakke kanten van een kind zijn. Goed in taal of juist veel ruimtelijk inzicht? Als er opmerkelijke verschillen gemeten worden, kan de ontwikkeling van het kind gestimuleerd worden.

Een intelligentietest afnemen bij kinderen

De WISC-V is de vernieuwde versie van de veelgebruikte WISC-III. Hoewel de WISC-III nog tot 2019 gebruikt kan worden, is de WISC-V helemaal aangepast aan de huidige tijd. Er bestaan ook nog andere intelligentietesten voor kinderen, zoals de RAKIT-2, de SON-R en de WPPSI. Als je een intelligentietest wil laten afnemen bij je kind, helpt het artikel “Welke intelligentietest is het meest geschikt voor mij of mijn kind?” bij het maken van een keuze.

Vorig artikelLTO3: werking, ervaringen, kopen & nog véél meer
Volgend artikelRitalin
Marlies Tierens
Marlies Tierens (PhD) is coördinator van het Psychodiagnostisch Centrum en docent psychodiagnostiek aan de opleiding Toegepaste Psychologie bij Thomas More Antwerpen Samen met haar collega's werkt ze aan de ontwikkeling van de CoVaT-CHC, een Nederlandse test voor cognitieve beoordeling op basis van het CHC-model. Ze geeft ook lezingen en workshops over het CHC-model en hoe cognitieve profielen kunnen worden vertaald in praktisch advies. Ze is lid van de afdeling Psychodiagnostiek van de Belgische Federatie van Psychologen en het Vlaams Diagnostiek Forum (VFD, Vlaams Forum voor Diagnostiek).

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here