Burn-out

Burn out; letterlijk opgebrand

Als je hard werkt, een druk sociaal leven hebt en het belangrijk vindt goed te presteren, is de kans aanwezig dat je een keer al je energie opmaakt. Is dit het geval, dan krijg je een burn-out. Je bent letterlijk opgebrand en kunt geen kant meer op. Niet iedereen hoort bij de risicogroep van een burn-out, maar misschien loop jij wel het risico een burn-out te ontwikkelen. Wil je dit voorkomen of ben je bang dat je misschien al een burn-out hebt? Dan is het goed om meer te weten te komen over dit probleem.

Op deze pagina lees je meer over de burn-out. Zo lees je wat dit precies is, maar ook wat de oorzaken van een burn-out zijn, wat de symptomen zijn, hoe je een burn-out kunt herkennen bij jezelf en bij anderen en wat de diagnose en behandeling is van een burn-out. En omdat voorkomen beter is dan genezen, lees je op deze pagina ook hoe je kunt voorkomen dat je een burn-out krijgt.

Inhoudsopgave

Wat is een burn-out?

Heb je een burn-out, dan ben je letterlijk opgebrand. Je hebt geen energie meer en je hebt geen motivatie meer om je bezig te houden met je dagelijkse activiteiten. Zo kan je werk je niet meer boeien, maar krijg je ook steeds meer moeite je bezig te houden met sociale activiteiten en hobby’s die je normaliter juist erg leuk vindt. Heb je een burn-out, dan ben je simpelweg niet meer vooruit te krijgen.

De oorzaken van een burn-out

Je krijgt niet zomaar een burn-out. Voor je echt opgebrand bent, ervaar je langere tijd (werk)stress. Reageer je hier niet adequaat op, dan kun je uiteindelijk een burn-out krijgen.

Er zijn vier algemene oorzaken van een burn-out. Het gaat om de volgende oorzaken:

  • Persoonlijke eigenschappen. Mensen die de lat hoog leggen voor zichzelf (en anderen), geen ‘nee’ kunnen zeggen en niet goed kunnen plannen, krijgen sneller een burn-out. Ook mensen met een slechte balans tussen werkleven en privéleven, kunnen hier sneller last van krijgen.
  • De inhoud van het werk. Mensen met onduidelijke taken, onduidelijke verantwoordelijkheden en de voortdurende druk om te presteren kunnen sneller een burn-out krijgen.
  • Eigenschappen van het team. Werk je in een team met een slechte sfeer, conflicten, getreiter, weinig waardering of strijdige belangen, dan kun je ook sneller opgebrand raken.
  • Kenmerken van de organisatie. Past jouw werkgever eigenlijk helemaal niet bij jou, dan kun je ook stress ervaren. Deze stress kan er uiteindelijk voor zorgen dat je een burn-out krijgt.

Meer over deze oorzaken, lees je in onderstaande alinea’s.

Persoonlijke eigenschappen

Sommige mensen hebben meer kans een burn-out te krijgen dan anderen. Dit heeft te maken met hun persoonlijkheid. Ben je perfectionistisch, vind je het belangrijk de controle te houden, ben je overdreven loyaal, heb je een groot verantwoordelijkheidsgevoel, heb je te maken met onverwerkte emoties en gevoelens en vind je het moeilijk om ‘nee’ te zeggen? Dan krijg je sneller een burn-out dan jouw collega’s, zelfs als zij dezelfde hoeveelheid stress ervaren op het werk. Je hebt simpelweg een risicopersoonlijkheid voor een burn-out.

De inhoud van het werk

De inhoud van het werk kan ook bijdragen aan het ontwikkelen van een burn-out. Heb je een onduidelijke functie, heb je twee functies, is het niet duidelijk wie de verantwoordelijkheid heeft op de werkvloer en voel je continu de druk om te presteren? Dan krijg je last van stress. Ervaar je stress op de lange termijn, dan kun je opgebrand raken.

Eigenschappen van het team

Naast de inhoud van het werk, kan jouw team er ook voor zorgen dat je opgebrand raakt. Is de sfeer in het team slecht, is er een conflict in het team, wordt er getreiterd in het team of krijg je weinig waardering van je collega’s? Dan heb je meer kans een burn-out te ontwikkelen. Zeker als je de persoonlijke eigenschappen hebt om sneller opgebrand te raken en de inhoud van je werk voor stress zorgt, kan zo’n team je echt over het randje duwen en je uiteindelijk een burn-out geven.

Kenmerken van de organisatie

Sommige mensen werken bij een bedrijf dat eigenlijk helemaal niet bij hen past. Zij zijn bijvoorbeeld heel innovatief, terwijl hun werkgever heel conservatief is. Andersom kan dit natuurlijk ook het geval zijn. Ben je zelf erg conservatief en is je werkgever innovatief, dan is de kans groot dat je dingen moet doen die helemaal niet bij jou passen. Werk je in een omgeving die niet bij jou past en moet je hier dingen doen die niet bij jou passen, dan kun je ook sneller een burn-out krijgen.

Een burn-out: waarom de een wel en de ander niet?

Het komt vaak voor dat één persoon binnen een team een burn-out krijgt, terwijl zijn of haar collega’s nergens last van hebben. Zij ervaren wel stress, maar raken niet opgebrand. Dit lijkt misschien vreemd, maar aan de hand van bovenstaande informatie is het vrij gemakkelijk te verklaren.

De reden dat de ene persoon wel een burn-out krijgt en zijn of haar collega’s niet, heeft simpelweg te maken met bovenstaande oorzaken van een burn-out. Deze persoon beschikt waarschijnlijk over de persoonlijke eigenschappen om sneller opgebrand te raken, is misschien niet blij met de inhoud van het werk, voelt zich niet prettig in het team en past niet echt binnen de organisatie. Zijn of haar collega’s hebben misschien ook problemen met de inhoud van het werk en het team, maar als zij niet over de juiste persoonlijke eigenschappen beschikken en/of zich thuis voelen in de organisatie, krijgen zij niet zo snel een burn-out. Zo is het mogelijk dat de een wel opgebrand raakt, terwijl zijn of haar collega’s enkel stress ervaren op het werk.

De kenmerken van een burn-out

Het is belangrijk een burn-out tijdig te herkennen, het liefst voor je echt opgebrand bent. Om het probleem tijdig te herkennen, is het belangrijk de symptomen van een burn-out te kennen. Deze worden in onderstaande alinea’s kort opgesomd. De symptomen worden onderverdeeld in lichamelijke symptomen, psychische symptomen en gedragssymptomen.

Lichamelijke symptomen

Als je een burn-out hebt, is je lichaam letterlijk opgebrand. Dit zorgt voor enkele duidelijke lichamelijke symptomen.

Vermoeidheid

Ben je opgebrand, dan voel je je continu moe. Je gaat moe naar bed, maar je staat net zo moe weer op de volgende ochtend. Je voelt je simpelweg uitgeblust en hebt het idee dat je steeds minder energie hebt.

Slapeloosheid

Je bent continu aan het piekeren over wat je nog moet doen. Omdat je zo veel piekert, kun je niet in slaap komen. Dit gebeurt niet een enkele nacht, maar vele nachten achter elkaar. Ben je opgebrand, dan heb je last van slapeloosheid. Hierdoor wordt het eerste symptoom natuurlijk alleen maar erger. Kun je niet slapen, dan blijf je moe.

Lichamelijke pijnen

Ervaar je langere tijd aanzienlijke stress, dan krijg je uiteindelijk last van lichamelijke pijnen. Dit kan hoofdpijn zijn, maar ook rugpijn, nekpijn, pijn in de schouders en zelfs spierpijn. Door de stress spannen je spieren zich namelijk continu aan en hierdoor krijg je spierpijn.

Maag- en darmproblemen

Door de stress die je ervaart, kun je ook last krijgen van maag- en darmproblemen. Je kunt bijvoorbeeld last hebben van pijn in de maag, maar ook van diarree of juist van constipatie.

Een verminderde eetlust

Ben je de hele dag door druk in de weer, dan vergeet je wel eens te eten. Ben je opgebrand, dan vergeet je te eten omdat je simpelweg geen hongergevoel meer ervaart. Veel mensen die een burn-out hebben, vallen hierdoor flink af. In het begin val je af omdat je soms vergeet te eten, maar later val je af omdat je simpelweg geen honger meer hebt.

Andere stress symptomen

Ben je opgebrand, dan kun je ook andere stress symptomen ervaren. Dit zijn klachten als hartkloppingen, verhoogde cholesterolwaarden en een verhoogde bloeddruk. Vaak weet je niet dat je deze klachten hebt, maar voel je wel dat je gezondheid achteruit gaat door de langdurige stress die je ervaart.

Psychische symptomen

Een burn-out zorgt niet alleen voor lichamelijke symptomen, maar ook voor psychische symptomen. Ook deze symptomen worden hieronder kort opgesomd.

Uitputting en een opgebrand gevoel

Je bent niet alleen fysiek moe, maar je voelt je psychisch ook helemaal uitgeput. Je hebt simpelweg niet meer de kracht om naar je werk te gaan, maar ook niet om iets met vrienden af te spreken of gewoon de boodschappen te doen. Je bent niet meer vooruit te branden en hebt nergens meer motivatie voor. Dit is niet alleen een lichamelijk probleem, maar kun je ook zeker psychisch ervaren als je opgebrand bent.

Concentratieproblemen

Heb je een burn-out, dan kun je je bijna niet meer concentreren. In de ochtend gaat het misschien nog wel, maar naarmate de dag vordert ben je je concentratie helemaal kwijt. Je wil wel aan dat ene belangrijke document zitten, maar het lukt je gewoon niet om je op het document te concentreren.

Geheugenproblemen

Je concentratie gaat niet alleen achteruit, maar je geheugen doet het ook steeds minder goed. Ben je opgebrand, dan wordt het steeds moeilijker dingen te onthouden. Zeker als je moe bent, is je geheugen een vergiet. Je vergeet van alles, terwijl je vroeger juist een heel goed geheugen had.

Een laag zelfbeeld

Veel mensen die opgebrand zijn, beginnen te twijfelen aan zichzelf. Ze merken dat ze lichamelijke klachten hebben, maar ook dat ze zich niet meer kunnen concentreren en niets meer kunnen onthouden. Hierdoor kunnen ze hun werk minder goed doen, waardoor ze onzeker worden. Krijg je een steeds lager zelfbeeld, terwijl je vroeger eigenlijk altijd heel zelfverzekerd was? Dan kan dit ook een teken zijn dat je opgebrand bent.

Prikkelbaarheid

Door de vele klachten die je ervaart en de onzekerheden die hiermee gepaard gaan, ben je steeds vaker prikkelbaar. Ook als iemand iets simpels vraagt, voel je je direct geïrriteerd. Je hebt het idee dat je deze vraag er niet meer bij kan hebben en reageert daarom erg kortaf.

Depressieve gevoelens en angsten

Tot slot kun je je depressief en angstig voelen als je een burn-out hebt. Je bent bijvoorbeeld meer aan het piekeren over hoe je de situatie kunt verbeteren, maar je krijgt ook steeds vaker te maken met huilbuien. Ben je opgebrand, dan voel je dat je de controle kwijtraakt. Hier kun je depressieve gevoelens en angsten door ervaren.

Gedragssymptomen

Naast lichamelijke symptomen en psychische symptomen, zijn er ook enkele gedragssymptomen waar je mee te maken kunt krijgen als je een burn-out hebt. Deze symptomen worden hieronder kort beschreven.

Verminderde prestaties

Je bent moe, je piekert veel, je kunt je niet meer concentreren en je geheugen werkt niet meer mee. Het is logisch dat je prestaties achteruit gaan als je deze klachten ervaart. Ben je opgebrand, dan presteer je minder goed en maak je meer fouten dan voorheen. Helaas wordt de stress hierdoor erger, waardoor de klachten van de burn-out ook weer erger worden.

Afhankelijkheid van middelen

Niet alle mensen met een burn-out worden afhankelijk van bepaalde middelen, maar het komt wel vaak voor. Je kunt bijvoorbeeld meer drugs en/of alcohol gaan gebruiken als je opgebrand zijn, maar dit symptoom kan zich ook subtieler uiten. Ben je het bijvoorbeeld gewend 5 sigaretten per dag te roken, dan kun je door jouw burn-out ineens 10 of 15 sigaretten per dag gaan roken. Je was al afhankelijk van je sigaretten, maar nu ben je hier nog afhankelijker van geworden. Ook dit komt door jouw huidige situatie.

Sociale isolatie

Je bent continu aan het piekeren en in jezelf gekeerd. Omdat je niet lekker in je vel zit, wil je sociale contacten liever uit de weg gaan. Daarom zeg je etentjes af, ga je niet naar borrels op het werk en ga je in het weekend niet meer naar feestjes. Misschien hebben je vrienden of vriendinnen zelfs al eens gezegd dat je er nooit meer bij bent. Jouw sociale isolatie is ook een gedragssymptoom van jouw burn-out.

Overspannenheid en een burn-out

Veel mensen verwarren de burn-out met overspannenheid. Het verschil tussen beide problemen, is dat overspannenheid in een relatief korte tijd ontstaat. Zit je met een ontzettend moeilijk project op je werk, dan kun je in 3 tot 6 maanden tijd overspannen raken. Bij een burn-out werkt dit toch iets anders: hier is meer aan de hand. Er is namelijk sprake van een langdurig proces van overbelasting, dat vaak niet wordt herkend en juist als normaal wordt ervaren. Hierdoor raak je uiteindelijk opgebrand. Van een burn-out heb je dan ook langer last dan van overspannenheid.

Een burn-out herkennen

Herken jij jezelf in een of meerdere van bovenstaande lichamelijke-, psychische- en gedragssymptomen? Dan is de kans aanwezig dat je inmiddels al opgebrand bent. Het kan ook zo zijn dat je nog niet opgebrand bent, maar wel tegen een burn-out aan zit. Hoe dan ook, het is belangrijk hier adequaat op te reageren. Negeer je klachten niet langer, maar ga naar een specialist voor professionele hulp. Als je nog niet opgebrand bent, kun je op deze manier voorkomen dat je opgebrand raakt.

Een burn-out herkennen bij anderen

Misschien heb je wel iemand in jouw directe omgeving die meerdere van bovenstaande symptomen laat zien. De kans is in dit geval aanwezig dat deze persoon opgebrand is of binnenkort opgebrand raakt. Herken je een burn-out bij anderen, dan is het belangrijk hier snel op te reageren. Ga eens een gesprek aan met de persoon in kwestie en vraag hem of haar hoe hij of zij zich voelt. Wellicht kun je hem of haar overtuigen professionele hulp te zoeken.

De diagnose van een burn-out

Omdat een burn-out niet wordt onderkend door het standaard handboek voor psychische aandoeningen (DSM: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), is het lastig een diagnose te stellen. Vaak wordt er een diagnose gesteld aan de hand van een vragenlijst, die ook wel de Maslach Burn-out Inventory of MBI wordt genoemd. De vragenlijst bestaat uit twintig vragen, die stuk voor stuk betrekking hebben op de burn-out. Scoor je hoog, dan kan er een burn-out gediagnosticeerd worden.

Als je vermoedt dat je opgebrand bent of opgebrand begint te raken, is het verstandig om naar de huisarts te gaan. De huisarts luistert niet alleen naar jouw verhaal, maar kan bovendien de MBI vragenlijst afnemen. Als uit deze vragenlijst blijkt dat je inderdaad opgebrand bent of tegen een burn-out aan zit, kunnen jullie samen stappen ondernemen om hier iets aan te doen.

De behandeling van een burn-out

Iedereen met een burn-out wordt weer anders behandeld. Dit heeft niet alleen te maken met de ernst van de situatie, maar ook omdat iedereen weer anders op een behandeling reageert. Bij de ene persoon werkt behandeling X erg goed, terwijl bij de andere persoon behandeling Y toch echt beter werkt. Om je een duidelijk beeld te geven van de mogelijke behandelingen, beschrijven we deze in onderstaande alinea’s.

Herstel van de energiebalans

Ben je opgebrand, dan moet jouw energiebalans hersteld worden. Dit kun je bereiken door een gedragsverandering (bijvoorbeeld door inspanningen beter te doseren en korte pauzes te houden), maar ook door je fysieke conditie te verbeteren en door meer ontspanning en plezier te zoeken tussen alle verplichtingen door. Het herstellen van je energiebalans kun je niet zelf. Hierin word je dan ook begeleid door een professional.

Geleidelijke toename van activiteiten

Als je opgebrand bent, kun je even helemaal niets. Dit moet je accepteren. Je hebt simpelweg geen energie meer om naar je werk te gaan en om allerlei sociale activiteiten te ondernemen. Voel je je beter, dan werk je naar een geleidelijke toename van je activiteiten toe. Je gaat bijvoorbeeld weer een keer een halve dag werken of je gaat weer een keer uit eten met je partner.

Ook dit gebeurt onder begeleiding van een expert. Samen bepalen jullie welke activiteiten je wel en niet kunt doen, om deze vervolgens met mate weer in te plannen. Hebben jullie samen bepaald dat je wel weer rustig kunt gaan werken, dan ga je bijvoorbeeld weer een halve dag aan het werk. Je begint nooit met een volledige werkweek, maar je bouwt je activiteiten weer heel rustig op.

Veranderen van gedachtepatronen

Veel mensen die opgebrand zijn geraakt, hadden al voor hun burn-out last van negatieve gedachtepatronen. Deze gedachtepatronen zijn uiteindelijk een belangrijke oorzaak geweest van hun stress en overbelasting. Om de burn-out goed te behandelen, moeten de gedachtepatronen veranderd worden. Negatieve, irreële gedachten moeten niet alleen herkend worden, maar moeten bovendien veranderen in reële gedachten.

Een voorbeeld van een irreële gedachte is ‘ik moet weer functioneren zoals vroeger’. Deze gedachte is niet reëel, want je bent herstellende van een burn-out en kunt niet zomaar weer functioneren zoals vroeger. Om te voorkomen dat je nog een keer in de problemen komt, pak je dit soort gedachten aan door ze om te zetten in reële gedachten.

Werken aan de juiste vaardigheden

Tot slot is het belangrijk aan bepaalde vaardigheden te werken. Dit zijn vaardigheden als ‘nee’ kunnen zeggen, grenzen stellen, delegeren, omgaan met stress, omgaan met angsten en relativeren. Aan welke vaardigheden je precies moet werken, is afhankelijk van jouw persoonlijkheid. Is jouw burn-out mede veroorzaakt omdat je nooit ‘nee’ kon zeggen en nooit iets delegeerde, dan werk je aan deze vaardigheden. Ook dit doe je samen met een professional.

Weer aan het werk na een burn-out

Het duurt even voor je weer aan het werk kunt na een burn-out. Sommige mensen zijn een half jaar uit de running, terwijl andere mensen ruim een jaar niet kunnen werken. Wanneer je weer aan het werk kunt gaan, is helemaal afhankelijk van jouw herstel. Je voelt zelf wel of je weer een paar uurtjes kunt gaan werken, of hier misschien beter nog even mee kunt wachten.

Ga je weer aan het werk, dan doe je dit nooit hele dagen en ook nooit 40 uur per week. Je begint bijvoorbeeld met een enkele dag van 4 uur. Gaat dit hartstikke goed, dan kun je mogelijk twee dagen 4 uur komen werken. Zo kom je er weer rustig in, op een tempo dat goed voelt voor jou. Heb je een dag 6 uur gewerkt en voel je je weer net zoals vroeger, toen je helemaal opgebrand was? Dan is dit een teken dat je te snel gaat. Het is nu belangrijk gas terug te nemen, want anders kom je weer in de problemen.

Jouw re-integratie na een burn-out gebeurt altijd onder begeleiding van een professional en in samenspraak met je werkgever. Jullie spreken niet alleen af wanneer je weer komt werken en hoe lang, maar ook wat je precies gaat doen op de werkvloer. Je kunt niet zomaar weer al je oude taken oppakken, maar je moet rustig starten. Vaak begin je na een lange periode van ziekte dan ook met eenvoudige taken, waar je geen stress van kunt krijgen. Je werkgever kan je helpen de juiste taken te kiezen.

Voorkomen dat je opgebrand raakt: 5 belangrijke tips

Voorkomen is beter dan genezen. Je kunt beter voorkomen dat je opgebrand raakt, dan dat je een langdurig traject in moet om weer over jouw burn-out heen te komen. Wij geven je graag enkele tips die jij kunt gebruiken om een eventuele burn-out te voorkomen. Heb je het gevoel dat je op je tandvlees loopt, dan gebruik je onderstaande tips om te voorkomen dat jouw stress zich uiteindelijk uit in een burn-out.

Let op: je kunt onderstaande tips gebruiken om een burn-out te voorkomen, maar niet om een burn-out te genezen. Heb je het idee dat je al een burn-out hebt, dan raden wij je aan naar je huisarts te gaan. In dit geval is het simpelweg te laat om een burn-out te voorkomen en heb je professionele hulp nodig om uit jouw vervelende situatie te komen.

Tip 1: achterhaal de oorzaak van jouw stress

Om te voorkomen dat jouw langdurige stress zich uiteindelijk uit in een burn-out, moet je deze stress wegnemen. Dit kun je alleen doen als je weet wat de oorzaak van jouw langdurige stress is. Komt het door de inhoud van je werk, door de manier waarop jij je werk wil doen of misschien door het team waarin je werkt? Als je de oorzaak van jouw stress weet (of de oorzaken: het kunnen er ook meerdere zijn!), ga je hier actief mee aan de slag.

Kun je een bepaalde situatie niet veranderen, bijvoorbeeld omdat je nu eenmaal in dat vervelende team moet blijven werken? Bedenk dan dat je jouw reactie op of jouw gedrag in de situatie wel kunt veranderen. Wellicht kun je zelf iets doen om de situatie voor jezelf te verbeteren, zodat je uiteindelijk toch minder last hebt van stress. Vind je jouw team bijvoorbeeld erg vervelend, omdat er een gespannen sfeer heerst? Dan kun je hier waarschijnlijk niet echt iets aan doen, maar je kunt jezelf wel leren met deze spanning om te gaan. Op deze manier kun je jouw langdurige stress ook aanpakken en een burn-out voorkomen.

Tip 2: zorg ervoor dat je voldoende slaapt

Iedereen heeft minimaal 6 uur slaap per nacht nodig: jij ook! Sommige mensen kunnen prima presteren met 6 uur slaap per nacht, maar bij langdurige stress is het verstandig om wat meer te slapen. Heb je al langere tijd last van stress, dan is het goed om eens wat eerder naar bed te gaan. Kun je niet slapen als je eenmaal in bed ligt? Kijk dan gewoon een serie of een film. Op deze manier rust je ook uit en kun je bovendien even je piekergedachten verzetten.

Tip 3: beweeg voldoende

Het is belangrijk voldoende te bewegen, zeker als je veel stress ervaart. Door iedere dag even een half uurtje te fietsen, te wandelen of intensief te sporten, maak je jouw lichaam een stuk sterker. Je hebt deze kracht zeker nodig, want bij langdurige stress krijgt je lichaam een flinke klap. Vind je het leuk om te sporten? Dan mag je best wat langer dan een half uur per dag voor jezelf nemen om even lekker te bewegen. Het is namelijk goed om voldoende tijd te steken in de dingen die jij leuk vindt. Zo ben je niet alleen bezig met de plichten die je stress geven, maar geef je jezelf ook de tijd om tot rust te komen.

Tip 4: praat over je problemen

Je hebt misschien het idee dat je er helemaal alleen voor staat, maar dit hoeft helemaal niet zo te zijn. Ervaar je langere tijd stress op je werk, ben je continu aan het piekeren of zit je simpelweg niet lekker in je vel? Dan is het goed om hierover te praten. Heb je niemand in je directe omgeving waar je jouw verhaal bij kwijt kunt of kwijt wilt? Dan kun je altijd een professional opzoeken om over je problemen te praten. Zeker als de nood erg hoog is en je echt tegen een burn-out aan zit, is dit geen overbodige luxe.

Tip 5: formuleer je prioriteiten

Veel mensen die een burn-out krijgen, komen in de problemen omdat ze geen duidelijke prioriteiten hebben. Dat ene project op het werk is heel belangrijk, maar dat andere project heeft ook al hun aandacht nodig. En zo zijn er nog wel vijf projecten die de hoogste prioriteit hebben. Daarnaast is niet alleen het werk belangrijk, maar moet er ook veel tijd gestoken worden in een bruisend sociaal leven. En vraagt je vriendin of je haar een dagje wil helpen met de verhuizing? Dan zie je ook dit als eerste prioriteit.

Je kunt niet tien verschillende prioriteiten op nummer één in je lijstje zetten. Doe je dit wel, dan krijg je vanzelf te maken met een burn-out. Daarom is het verstandig jouw prioriteiten af en toe opnieuw te formuleren: wat vind je nu écht belangrijk en wat is eigenlijk meer bijzaak? Door je enkel op de allerbelangrijkste dingen te richten en de andere zaken inderdaad als bijzaken te behandelen, krijg je meer lucht. Zo kun je voorkomen dat je opgebrand raakt.

Als je weet wat je prioriteiten zijn, mag je ook best wat vaker ‘nee’ zeggen als je miets niet als eerste of zelfs tweede prioriteit ziet. Ben je bijvoorbeeld helemaal kapot van je werkweek en vraagt je vriendin je te helpen met verhuizen, terwijl ze al tien andere vrienden heeft die voor haar klaar staan? Dan kan ze best zonder jou. Het is helemaal geen schande om ‘nee’ tegen haar te zeggen en een dagje voor jezelf te nemen.

Tot slot

Door een burn-out ben je letterlijk opgebrand en heb je geen energie meer om je bezig te houden met de dagelijkse activiteiten. Nieuwe cijfers bevestigen dat steeds vaker mensen zich melden met een burn-out bij de bedrijfsarts. In dit artikel hebben we vijf tips gegeven om een burn-out te voorkomen of de kans te verkleinen. In de afrondende fase van dit artikel ga ik je nog een tip geven, namelijk begin met mindfulness! Het is bewezen dat met mindfulness je sneller van je burn-out herstelt of natuurlijk een burn-out voorkomt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here