Meervoudige intelligentie

0
910

Meervoudige intelligentie is een theorie van psycholoog Howard Gardner die het bestaan van negen soorten intelligentie aannemelijk maakt. Howard Gardner vindt dat het IQ de intelligentie onvoldoende beschrijft en willen meer onderscheid in intelligentie maken. Intelligentie is het vermogen om problemen op te lossen en iedereen beschikt over een aantal specifieke vaardigheden op gebieden van wiskunde, taal of muziek, die daarbij gebruikt kunnen worden. Howard Gardner kreeg veel steun voor zijn theorie over de meervoudige intelligentie.

Meerdere vormen van intelligentie

Volgens de theorie van meervoudige intelligentie, schieten intelligentietesten tekort. Wanneer een persoon niet hoog scoort op een intelligentietest, wil dat volgens Gardner niet zeggen dat deze persoon niet begaafd is. Intelligentietesten meten volgens deze theorie slechts enkele dimensies van begaafdheid, namelijk de verbale vaardigheid (verbaal-linguïstische intelligentie), rekenvaardigheid (logisch-mathematische intelligentie) en ruimtelijk inzicht (visueel-ruimtelijke intelligentie). De theorie die Gardner bedacht heeft, stelt dat er ook andere gebieden zijn waarop iemand begaafd kan zijn. In totaal maakt hij hierbij onderscheid in 9 gebieden:

1. Verbaal-linguïstische intelligentie

Verbaal-linguïstische intelligentie
Verbaal-linguïstische intelligentie is het vermogen om taal op een zodanige manier te gebruiken om jezelf uit te drukken, andere mensen te overtuigen en andere te begrijpen. Een persoon met een hoge verbaal-linguïstische intelligentie zijn over het algemeen goede sprekers met een grote woordenschat. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij advocaten, adviseurs, verkopers, schrijvers en journalisten. Mensen met een hoge verbaal-linguïstische intelligentie leren het best door te lezen of te luisteren.

2. Logisch-mathematische intelligentie

Logisch-mathematische intelligentie
Logisch-mathematische intelligentie is het vermogen om verbanden te begrijpen, gestructureerd te werken, omgaan met (abstracte) getallen. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij boekhouders, accountants, natuurkundigen, programmeurs en ingenieurs. Mensen met een hoge logisch-mathematische intelligentie leren het best door werkzaamheden uit te voeren.

3. Visueel-ruimtelijke intelligentie

Visueel-ruimtelijke intelligentie
Visueel-ruimtelijke intelligentie is het vermogen om een concreet probleem voor zich te zien. Een persoon met een hoge visueel-ruimtelijke intelligentie denkt in beelden, houdt van kunst en heeft een goed gevoel voor ruimtelijke verhoudingen. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij architecten, fotografen en kunstenaars. Mensen met een hoge existentiële intelligentie leren best door een concreet probleem voor zich te zien.

4. Muzikale intelligentie 

Muzikale intelligentie
Muzikale intelligentie is een goed gevoel voor geluid en ritme met een grote voorliefde voor muziek. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij muzikanten, muziekdocenten, instrumentmakers, dirigenten en producers. Mensen met een hoge muzikale intelligentie leren hebt best door te luisteren of door rijtjes op te dreunen.

5. Lichamelijke intelligentie

Lichamelijke intelligentie
Lichamelijke intelligentie is het vermogen om het lichaam op een zodanige manier te gebruiken zodat je hiermee iets kunt uitdrukken, een probleem kan oplossen of een doel te bereiken. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij atleten, acteurs, therapeuten, monteurs en bouwvakkers. Mensen met een hoge lichamelijke intelligentie leren het best met hun handen of door te doen.

6. Intrapersoonlijke intelligentie

Intrapersoonlijke intelligentie
Intrapersoonlijke intelligentie is het vermogen om zelfstandig beslissingen te nemen. Een persoon met een hoge intrapersoonlijke intelligentie is onafhankelijk, heeft een hoge wilskracht en heeft een hoge zelfreflectie. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij leiders, schrijvers organisatoren en zelfstandigen. Mensen met een hoge intrapersoonlijke intelligentie leren het best door zelfstandig te werken.

7. Interpersoonlijke intelligentie

Interpersoonlijke intelligentie
Interpersoonlijke intelligentie is het vermogen om zich in te leven in andere personen, andere personen te begrijpen, andere personen te begeleiden en andere personen te manipuleren. Een persoon met een hoge interpersoonlijke intelligentie zijn sociaal, gaan vaak mee in andermans humeur en hebben een hoog EQ. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij leidersfiguren, docenten, sociaal werkers, verpleegkundigen en politici. Mensen met een hoge interpersoonlijke intelligentie leren het best door samen te werken en doormiddel van groepswerk.

8. Natuurgerichte intelligentie

Natuurgerichte intelligentie
Natuurgerichte intelligentie is het vermogen om natuurlijke elementen te herkennen, te begrijpen en te gebruiken. Een persoon met een hoge natuurgerichte intelligentie is goed in het herkennen van dieren, planten kunnen die kennis goed toepassen in het dagelijks leven. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij koks, jagers, dierkundigen en boeren. De oorspronkelijke theorie uit 1983 sprak over slechts 7 intelligenties natuurgerichte intelligentie is op een later moment toegevoegd aan de theorie.

9. Existentiële intelligentie

Existentiële intelligentie
Existentiële intelligentie is het vermogen om te filosoferen. Een persoon met een hoge existentiële intelligentie stelt kritische vragen over het leven en het bestaan, is belangstellend in de kosmos en filosofeert graag. Deze vorm van intelligentie is voornamelijk hoog bij bemiddelaars, psychologen en geestelijken. Mensen met een hoge existentiële intelligentie leren door diep op problemen in te gaan. Ook existentiële intelligentie is op een later moment toegevoegd aan de theorie.

Huidige intelligentietesten schieten te kort

Met het meten van intelligentie volgens de gangbare intelligentietesten zou je een persoon tekortdoen. Misschien is deze persoon heel goed in het herkennen en spelen van ritme en melodie, of het doorgronden van andere mensen, of juist op het gebied van sport. Iedereen kent toch wel die personen die misschien niet zo goed scoren bij rekenen, taal of geschiedenis, maar bij gymmen uitblinken als de beste? Ze kunnen goed rennen, springen, gooien, een bal bedwingen, en noem maar op.

Intelligentie op al die andere gebieden mag naar Gardner’s mening niet zomaar worden genegeerd. Sterker nog, er zou veel meer rekening gehouden moeten worden met alle vormen van intelligentie, in plaats van alleen met de vormen van intelligentie die gezien worden als een bijdrage aan de begaafdheid. Scholen zouden hier bijvoorbeeld een grote bijdrage aan kunnen leveren. Er zijn instellingen die hier mee aan de slag zijn gegaan en onderwijs of workshops aanbieden die gestoeld zijn op deze theorie, zoals Knapvilla.

Theoretische onderbouwing van meervoudige intelligentie

Volgens Gardner zijn verschillende delen van het brein verantwoordelijk voor de verschillende intelligenties. Dus elk van de negen vormen van intelligentie wordt door een ander deel van het brein aangestuurd. Welke intelligenties je meer of minder bezit wordt volgens hem voornamelijk genetisch bepaald. Je wordt geboren met een bepaalde aanleg. Bij aanleg is het altijd zo dat deze wel of niet tot uiting kan komen, afhankelijk van de omgeving en omstandigheden waarin iemand opgroeit.

Gardner beweert hierbij dat de wiskundige intelligentie, de muzikale intelligentie en de ruimtelijke intelligentie sterker erfelijk bepaald zijn dan verbale intelligentie en naturalistische intelligentie. Volgens Gardner zijn er daadwerkelijk relaties tussen wat hij beweert in zijn theorie en bewijzen vanuit de neurowetenschappen.

Kritiek op de theorie

De kritiek richt zich voornamelijk op het feit dat er weinig tot geen bewijzen zijn voor de theorie. Zelfs Gardner zelf heeft nog geen onderzoeken gepubliceerd die de theorie op een wetenschappelijke manier onderbouwen. Verder is in twijfel te trekken of er bij de verschillende domeinen uit de theorie daadwerkelijk sprake is van intelligentie, of meer van vaardigheid.

Het is duidelijk dat verschillende personen uitblinken in verschillende domeinen. Als je deze domeinen waarop een persoon uitblinkt een vaardigheid wilt noemen in plaats van intelligentie, dan zijn de onderdelen die worden gemeten bij een intelligentietest natuurlijk ook slechts vaardigheden. Deze vaardigheden bij elkaar noemen we dan ‘intelligentie’.

Het voordeel van de huidige erkende vorm van intelligentie, welke gemeten wordt door intelligentietesten als de WISC, WAIS, WPPSI, SON-R en dergelijke, is dat deze valide en betrouwbaar te meten is en dat deze een wetenschappelijk bewezen goede voorspeller is voor onder andere schoolsucces. Dit soort wetenschappelijke onderbouwingen zijn voor de andere vormen van intelligentie, die volgens de theorie van Gardner ook bestaan, nog niet gevonden.

Cattell–Horn–Carroll theorie

Gardners theorie is eigenlijk onvoldoende onderbouwd, maar tegelijkertijd is er toch behoefte aan een uitbreiding van de definitie intelligentie. Een alternatief op de meervoudige intelligentie theorie is de veel beter onderbouwde cattell-horn-carroll theorie. In de cattell-horn-carroll theorie zijn er twee belangrijke vormen van intelligentie, namelijk de gekristalliseerde intelligentie en de vloeibare intelligentie.

Tot slot

Iedereen wil graag ergens goed in zijn en de theorie van meervoudige intelligentie klinkt daarom natuurlijk erg aantrekkelijk. Feit is dat we allemaal gebieden hebben waarop we goed presteren en gebieden waarop we minder goed presteren. Het is erg belangrijk om op de hoogte te zijn van onze kwaliteiten en deze op de juiste manier te gebruiken. Dat kan helpen op onze weg naar succes. Niet alleen op school, maar ook tijdens de rest van het leven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here