Autisme

Autisme

Autisme is een aangeboren ontwikkelingsstoornis die niet zichtbaar is, maar die van grote invloed is op het gedrag van betreffende persoon en daarmee ook op zijn of haar omgeving. Ongeveer 1% van de bevolking heeft autisme, maar er zijn verschillende uitingen en gradaties. Kenmerkend is een andere manier van informatie verwerken in de hersenen, waardoor deze mensen anders functioneren. Dit zorgt er voor dat ze meer moeite hebben met bepaalde dingen, zoals het aangaan van sociale contacten en communiceren, maar ook dat ze specifieke kwaliteiten hebben: ze zijn vaak eerlijk en recht door zee, hebben oog voor detail en kunnen goed analyseren.

Inhoudsopgave

Wat is autisme?

Autisme wordt ook wel autisme-spectrum-stoornis genoemd, het is een verzameling van de verschillende vormen van autisme. Door een verstoorde ontwikkeling worden prikkels anders verwerkt, wat het gedrag en functioneren beïnvloed. Enkele algemene kenmerken van autisme zijn beperkingen in sociale contacten en interactie, stereotype gedragingen, eenzijdige belangstelling en sterke behoefte aan routine, structuur en duidelijkheid. Welke kenmerken een persoon heeft en in welke mate, verschilt nogal. In het onderstaande filmpje wordt op een duidelijke manier toegelicht wat autisme is.

Er zijn verschillende vormen van autisme, die allemaal onder de autisme-spectrum-stoornis vallen.

Klassiek autisme

Kenmerkend voor klassiek autisme zijn kwalitatieve beperkingen in sociale interactie door een taalachterstand, weinig spreken en het vermijden van oogcontact. Verder is het sterk hechten aan vaste rituelen, patronen en stereotiepe bewegingen, zoals wiegen of fladderen duidelijk aanwezig. Ook een obsessieve belangstelling voor een bepaald voorwerp of onderwerp komt voor. Voor verdere kenmerken en meer informatie kun je dit artikel over klassiek autisme lezen.

Syndroom van Asperger

Iemand met Asperger heeft weliswaar een normale taalontwikkeling, maar heeft wel moeite om de taal te begrijpen. Hoewel hij veel praat, vindt hij het moeilijk om te snappen wat andere mensen denken of voelen en zo echt te communiceren. Ook de non-verbale communicatie is moeilijk, net als het begrijpen van sociale regels, waardoor sociale interactie soms moeizaam verloopt. In dit artikel over het Syndroom van Asperger wordt specifiek ingezoomd op het syndroom van Asperger en lees je onder andere meer over de kenmerken.

PDD-NOS

PDD-NOS betekent Pervasieve Ontwikkelingsstoornis, Niet Anders Omschreven. Deze diagnose is eigenlijk een restcategorie, bedoeld voor mensen die enkele, duidelijke kenmerken van autisme hebben, maar niet aan de criteria voldoen om die diagnose te krijgen. Er kunnen dus verschillende beperkingen worden ervaren. Een complete beschrijving en meer informatie over PDD-NOS kun je lezen in dit artikel over PDD-NOS.

De diagnose van autisme

Het stellen van de diagnose voor autisme is op verschillende manieren mogelijk. Het is belangrijk om te weten dat autisme moeilijk is te achterhalen via een hersenscan of met bloedonderzoek. Lichamelijk onderzoek is gewoonweg te beperkt om een diagnose te stellen. Onderzoek naar iemands gedragskenmerken is noodzakelijk om tot een diagnose voor autisme te komen. De diagnose kan bij volwassenen en kinderen worden vastgesteld. Niet iedereen is instaat om autisme vast te stellen en er is dan ook een expert nodig om uitsluitsel te geven. Wanneer iemand bepaalde kenmerken van autisme vertoont hoeft dit nog niet te betekenen dat er sprake van autisme is.

Autisme kan niet worden genezen, maar dat betekent niet dat alleen het stellen van een diagnose genoeg is. Aanvullend onderzoek leidt tot belangrijk advies waardoor een autist beter instaat is om thuis of professioneel te functioneren (school of werk).

Autisme uit zich bij iedere autist op een andere manier en dat komt ook terug in de begeleiding. Sommige autisten zijn gemakkelijk in de omgang en andere autisten juist weer niet. Tegelijkertijd speelt ook het intelligentieniveau een belangrijk rol. Na het stellen van een diagnose wordt er bepaald wat de volgende stappen zijn.

Voordeel van het diagnosticeren van autisme

Het diagnosticeren van autisme kan een absolute bevrijding voor iemand zijn. Vaak vallen alle puzzelstukjes op de plaats en wordt het voor de omgeving ineens duidelijk wat er al die tijd aan de hand was. Op deze manier kan een relatie weer opbloeien of is het mogelijk om vrienden en familie meer duidelijkheid te geven. De diagnose van autisme geeft duidelijkheid, maar de diagnose kan tegelijk de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Een relatie of vriendschap kan zomaar overgaan en ook de omgang met collega’s kan na het stellen van een diagnose veranderen.

Tegelijk zijn er veel mogelijkheden om met autisme te leven. Autisten komen op verschillende manieren samen en delen gemakkelijker ervaringen uit het dagelijks leven. Als het op het werk of op school niet goed gaat is de diagnose ook een uitkomst en kan er gedacht worden in oplossingen.

Autisten worden gekenmerkt door verschillende talenten en juist na het stellen van een diagnose komen deze soms nog beter uit de verf. Het is duidelijk dat je een programmeur met autisme beter geen managementtaken kunt geven en het is vanzelfsprekend dat je partner meer tijd voor zichzelf nodig heeft als er sprake is van autisme. De diagnose geeft duidelijkheid en helderheid! Neem contact op met de huisarts of een gespecialiseerd centrum om de mogelijkheden te bespreken.

Diagnose vanuit de psychiatrie

Vanuit de psychiatrie worden autistische stoornissen gediagnosticeerd met het DSM-classificatiesysteem. Het is met dit systeem mogelijk om een diagnose te stellen op basis van gedragskenmerken. Alleen een psychiater of een specialist mag de diagnose met deze methode stellen. Het is in sommige gevallen nodig om meerdere specialisten mee te laten werken aan het onderzoek voor een betrouwbaar resultaat. Je kunt denken aan een pedagoog of een logopedist.

DSM-5 classificatiesysteem

In 2014 is er een nieuwe belangrijk classificatiesysteem gekomen om autisme te diagnosticeren. Het systeem is beschreven in een nieuw handboek voor psychiatrie waarmee de manier van diagnosticeren flink veranderd is.

Eerder spraken we van verschillende soorten autisme als PDD-NOS, klassiek autisme en Asperger. Op dit moment zijn alle soorten autisme samen genomen als Autisme Spectrum Stoornis. ASS kent verschillende varianten en daarin wordt dan ook onderscheid gemaakt volgens de regels van dit Amerikaanse handboek.

Kortweg worden er twee criteria gebruikt om iemand aan te merken voor het Autisme Spectrum Stoornis:

  • Repeterend gedrag en specifieke interesses
  • Beperkingen bij de communicatie en interactie met mensen

De Nederlandse psychiaters houden op dit moment nog steeds vast aan de eerdere classificatie. Als het Amerikaanse handboek in het Nederlands is vertaald gaat men waarschijnlijk langzaam over op het nieuwe systeem. Tegelijkertijd zal er gekeken worden of de nieuwe methode bruikbaar is vanuit de ervaringen in Amerika. Na een vertaling wordt de situatie uitvoerig bekeken voordat het andere systeem aan de orde komt. Psychiaters zijn op dit moment opgeleid om volgens de vorige versie van het handboek te werken en tot zij klaar zijn voor het nieuwe systeem zal daar enige tijd voor verstrijken.

Diagnose op basis van kenmerken

Een diagnose voor autisme kan veel duidelijkheid en rust geven. Uiteraard is het belangrijk dat een diagnose op de juiste manier gesteld wordt en alleen een psychiater of gespecialiseerde psycholoog is hiervoor bevoegd. De diagnose geeft erkenning voor experts en gespecialiseerde centra. De diagnose levert een bijdrage in het ondersteunen van een autist en is ook voor de omgeving belangrijk. Het is op dit moment niet eenvoudig om vast stellen of iemand autisme heeft. Alleen het juiste onderzoek maakt diagnose mogelijk op twee manieren:

Diagnose op basis van gedrag

Het stellen van een diagnose op basis van gedrag is een aanvaardbare manier om tot conclusies te komen. Het stellen van een diagnose op basis van gedrag is iets dat zowel voor volwassenen als jonge kinderen mogelijk is.

Een expert kijkt voornamelijk naar de voorgeschiedenis, taalontwikkeling, interesses, stereotiep gedrag, motorische vaardigheden, zelfredzaamheid en aanverwante zaken. Aan de manier van spelen is er bij een baby te zien of er sprake is van autisme. Autistische baby’s bleken op een andere manier om te gaan met bepaalde objecten dan baby’s die niet autistisch bleken. De autistische baby’s keken langdurig naar bepaald soort speelgoed of vanuit de ooghoeken. Ook is het opvallend dat autistische baby’s vaak schommelen met het speelgoed dat ze krijgen aangereikt.

De kenmerken van een spelende baby lijken nietszeggend, maar toch blijkt uit onderzoek dat dit duidelijke kenmerken zijn van een kind dat autisme heeft. Autisten zijn niet instaat om informatie goed te filteren doordat er enkel details tot hen komen. Kinderen kijken vervolgens vanuit de ooghoeken naar een object om minder informatie op te nemen. De hersens blijven hierdoor rustiger en dan is het voor een autistisch persoon eenvoudiger om tot filtering te komen.

Het stellen van een diagnose is lastig. Een onderzoeker gaat meestal af op ervaringen uit het verleden, vragenlijsten en een opsomming van verschillende kenmerken. Wanneer een diagnoe wordt gesteld is dit nooit met 100% zekerheid te doen. Om de stoornis zo goed mogelijk in kaart te brengen is een gesprek met ouders, vrienden en de partner van belang. Vanuit de vertrouwde omgeving is het gemakkelijk vast stellen of er sprake van autisme is.

Diagnose op basis van biologische kenmerken

De diagnose voor autisme kan ook op basis van biologische kenmerken worden gesteld. Diagnose op basis van biologische kenmerken wordt meestal als aanvulling gebruikt op een diagnose op basis van gedragskenmerken. Bloedonderzoek, onderzoek naar de stofwisseling, kijkgedrag en een scan van de hersens zijn verschillende manieren om tot een diagnose te komen.

Onderzoek naar biologische kenmerken heeft tot nu toe niet geresulteerd in biomarkers van autisme. Enerzijds heeft dit te maken met de verschillende vormen van autisme en anderzijds is het vanuit hersenscans nog niet mogelijk om conclusies te trekken.

In de toekomst is het waarschijnlijk beter mogelijk om puur op basis van biologische kenmerken een diagnose te stellen. Voorlopig zal het onderzoek naar gedrag echter nog steeds de belangrijkste manier zijn om een diagnose te stellen.

Compensatiegedrag bemoeilijkt de diagnose

De diagnose voor autisme wordt moeilijker door compensatiegedrag. Autisme voor kinderen is vaak goed vast te stellen terwijl het bij volwassenen moeilijker blijkt. De aandacht voor volwassenen met autisme is steeds iets minder en daardoor wordt er soms pas op late leeftijd een diagnose gesteld.

Volgens klinisch-psycholoog Annelies Spek is het stellen van de diagnose een stuk moeilijker bij iemand die hoogbegaafd is in tegenstelling tot een zwakbegaafd persoon. De situatie is gewoonweg gecompliceerder en het gedrag is gemakkelijk door deze groep te compenseren. Het gedrag valt niet heel erg op of de autist vertoont zelfs normaal wenselijk gedrag. Sinds 1944 wordt het syndroom van Asperger pas beschreven en daardoor is er voor sommige mensen nog geen tijd is geweest om een diagnose te stellen.

Compensatiegedrag uit zich op verschillende manieren. Sommige autisten zijn instaat om zich precies te gedragen als wenselijk. Ze denken er bijvoorbeeld niet aan om iemand aan te kijken wanneer er een gesprek gevoerd wordt.

Om contact met iemand te houden wordt er soms met schema’s gewerkt. Iemand met autisme kan op deze manier regelmatig contact houden en de ander heeft niet door dat dit min of meer kunstmatig verloopt. Tegelijk kan ook de omgeving van iemand het gedrag van een autist compenseren. Wanneer iemands werk ideaal is voor een autist en als de omgeving er goed mee weet om te gaan lijkt er niets aan de hand.

Compensatiegedrag doorgronden

Om een diagnose te stellen is het van belang om het compensatiegedrag te doorgronden. Een psycholoog of psychiater kan op deze manier alsnog een diagnose stellen en dat maakt het mogelijk om hulp te ontvangen of noodzakelijke aanpassingen te doen in het dagelijks leven.

Het bevragen van een autist kan inzichten opleveren die je niet direct kunt doen bij observatie. Het bevragen van een autist over compensatie kan heel veel losmaken. Als sociaal contact heel veel energie kost kan dit bijvoorbeeld een signaal voor autisme zijn. Een specialist vraagt in veel gevallen door en vraagt of iemand bewust aan het compenseren is. Een autist voelt zich op dit moment kwetsbaar en vanaf dat moment wordt het duidelijk wat er echt aan de hand is.

De oorzaak van autisme

In de wetenschap worden er verschillende oorzaken aangewezen voor autisme. Bij geen enkele oorzaak blijkt er keihard bewijs en niets is goed genoeg onderbouwd om het zomaar aan te nemen. Op deze pagina doorlopen we de verschillende oorzaken om je een idee te geven.

Meoise

Meoise is een proces dat invloed zou hebben op het ontwikkelen van autisme. Meoise is het proces waarbij er voortplantingscellen worden geproduceerd en er stukjes DNA worden doorgegeven. In ieder gen blijft een kenmerk echter wel aanwezig en dat betekent dat er van alles met iemands genen kan gebeuren. Wanneer iemand autisme heeft hoeft dan ook zeker niet te betekenen dat de ouders last van deze stoornis hebben.

Rol van hersens

De hersenen spelen waarschijnlijk een grote rol bij het hebben van autisme. Autisten hebben een brein dat anders functioneert en het verschil tussen autisten en mensen die niet autistisch zijn blijkt vooral te zitten in het ontbreken van belangrijke verbindingen in de hersens. Autisten lijken loshangende fragmenten op te slaan in plaats van een samenhangend geheel te zijn.

Genetische oorzaken

Erfelijkheid speelt een rol wanneer het om autisme gaat. De interactie tussen verschillende genen maak het mogelijk om het stoornis te ontwikkelen. Het is niet duidelijk welke interacties en welke combinatie van genen het precies is. Uit onderzoek komt naar voren dat het voor bepaalde genen waarschijnlijk aannemelijker is dat deze een rol bij autisme spelen. In ieder geval is het zeker dat in ongeveer 90% van de gevallen autisme voortkomt uit een erfelijke aandoening. De overige 10% van de autisten wordt autistisch door de omgevingsfactoren die daarbij ook een rol spelen. Lees in dit artikel meer over de erfelijkheid van autisme.

Wanneer er meer autisten zijn binnen de familie is de kans groot dat ook andere familieleden te maken hebben met deze stoornis. Voor een familie waarin veel autisten voorkomen is de kans tegelijk groter dan normaal dat er ook bij nakomelingen autisme wordt vastgesteld. Vanuit verschillende onderzoeken blijkt het aannemelijk dat spiegelneuronen een belangrijke rol spelen bij het hebben van autisme.

Na 2011 zijn er verschillende onderzoeken geweest waarbij autisme een gevolg lijkt te zijn van spontane mutaties. Het onderzoek is gedaan bij duizend verschillende gezinnen en de niet autistische kinderen zijn daarbij vergeleken met autistische kinderen. Het DNA bij autistische kinderen bleek meer dubbele informatie te bevatten, waardoor er uiteindelijk veel verbindingen ontbraken voor organisatie in de hersens.

Mannen en autisme

Autisme komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De oorzaak hiervan blijkt in de genen van een vrouw te liggen. Bij de genen van een vrouw lijkt autisme gemakkelijker af te stompen dan bij mannen door het patroon van de genen. Sommige vrouwen hebben dan ook een afgestompte vorm van autisme, terwijl het bij mannen vaak direct duidelijk is wanneer er sprake van autisme is.

Onderzoek naar autisme

Onderzoek naar de oorzaken van autisme is nog steeds in volle gang en waarschijnlijk komen er de komende jaren ook weer veel nieuwe conclusies. Sinds iets meer dan 50 jaar worden de oorzaken van autisme onderzocht en dat betekent dat dit onderzoek wat dat betreft nog in de kinderschoenen staat. Het is al heel bijzonder als een onderzoeker bepaalde zaken kan koppelen en verbanden weet te leggen. In de toekomst wordt het misschien wel helemaal duidelijk hoe autisme ontstaat en ontwikkelt. Mogelijk leidt dit tot manieren om beter met autisme om te gaan of vormt autisme in de toekomst geen enkele beperking meer tot deelname in onze samenleving.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat er een bepaald gen (CDH10) verantwoordelijk lijkt voor de ontwikkeling van autisme. Het gen speelt onder andere een rol bij het leren van tol, het ontwikkelen van spraak en de ontwikkeling van sociale vaardigheden.

In de wetenschap wordt al lang vermoed dat genen een invloed hebben op de ontwikkeling van autisme. Het is echter nooit aangetoond welk gen dit precies is en juist dat is de doorbraak. Het gen is gevonden doordat mensen met het autistische stoornis allemaal een afwijking in ditzelfde gen hebben.

Een afwijking in het CDH10 gen zorgt ervoor dat bepaalde zenuwcellen niet kunnen verbinden en op dat moment gaat de communicatie fout waardoor autisme zich ontwikkelt.

In de meest recente onderzoeken zochten wetenschappers naar stukjes DNA die niet aanwezig waren en waardoor iemand sneller autisme zou krijgen. De cellen bleken vooral in de eerste levensjaren belangrijk en door verschillende studies na elkaar lijkt het bewijs steeds sterker te worden.

In de toekomst kan er op deze onderzoeken worden voortborduurt en is het mogelijk om bijvoorbeeld therapieën af te stemmen op deze nieuwe conclusies. De ideale behandeling voor autisme laat waarschijnlijk nog lang op zich wachten en de doorbraak mag gezien worden als een eerste stap in de goede richting. Na uitvoerig onderzoek wordt er waarschijnlijk steeds meer duidelijk. Zowel het Regionaal Autisme Centrum uit Philadelphia als andere instanties gericht op autisme bevestigen dit.

Andere theorieën over autisme

Er is veel onderzoek gedaan naar autisme en alles dat aan deze stoornis verwant is. Naast de eerdere theorieën op deze pagina blijken er nog veel meer theorieën te zijn:

  • Leeftijd en het karakter van een persoon spelen een grote rol bij de ernst van autisme. Omgevingsinvloeden spelen een kleinere rol bij de ernst en ontwikkeling van autisme als stoornis.
  • Autisten hebben minder van het hormoon oxytocine in het lichaam. Wanneer er oxytocine aan een autist wordt toegevoegd blijkt dit een positief resultaat te geven voor het sociale gedrag. Tegelijkertijd lijkt het gebrek aan dit hormoon in verband te staan met een groter risico op autisme.
  • Gluten en andere onderdelen van onze voeding zouden invloed hebben op het ontwikkelen van autisme. De stoffen kunnen zich hechten aan receptoren in de hersens waardoor er geen optimale verbinding tussen de verschillende onderdelen zou zijn. In 2008 is er een grootschalig onderzoek gedaan naar de invloed van voeding op autisme. Er werd geconcludeerd dat een aangepast dieet nauwelijks effect had.
  • Het gedrag van de ouders zou invloed hebben op het ontwikkelen van autisme. Tegenwoordig is deze theorie niet meer actueel, maar bij ernstige verwaarlozing kan een kind wel verschijnselen vertonen van iets dat op autisme lijkt.
  • Autisme zou zijn veroorzaakt door de vaccinatie tegen bof, rodehond en mazelen die ieder kind krijgt. In 1998 werd geconcludeerd dat deze vaccinatie in verband zou staan met autisme, maar later in 2010 werd dit onderzoek tegengesproken en is de conclusie ingetrokken. Een aantal jaren na het eerste onderzoek hadden een aantal auteurs al afstand genomen van de eerdere conclusies gedaan en later werd bekend dat een deel van de onderzoeksgegevens vervalst was. In 2014 is met een ander onderzoek nogmaals vastgesteld dat de vaccinatie geen verband houdt met autisme.

Gevolgen van autisme

Over autisme zelf is nog weinig bekend. In dit hoofdstuk gaat het over de gevolgen van autisme op verschillende gebieden. Wanneer je autistisch bent of wanneer je iemand met autisme kent kan dit mogelijk helpen in de omgang met deze stoornis.

Wanneer er als kind autisme wordt vastgesteld is er een kans van ongeveer 5 tot 15% dat deze persoon als volwassene een prettig sociaal leven heeft en volledig functioneert. In veel gevallen zijn er aanpassingen nodig om beter te functioneren, maar vaak blijkt dit niet genoeg.

Op jonge leeftijd is er vaak al een voorspelling te maken voor het gedrag op oudere leeftijd. Het is op dat moment belangrijk hoe de ontwikkeling qua taal verloopt en wat het IQ van een kind is. Tegelijk wordt ook het aanpassingsvermogen van een kind onderzocht en vervolgens worden daar de belangrijkste conclusies aan verbonden.

Zelfstandigheid in het dagelijks leven

Het is voor iemand met autisme vaak moeilijk of onmogelijk om zelfstandig te zijn in het dagelijks leven. Een laag IQ maakt de afhankelijkheid groter en ook het ontwikkelen van taal zal later op gang komen. Bij een zeer laag IQ zal het in het geheel niet mogelijk zijn om te leren spreken.

Autisten hebben meestal veel begeleiding nodig of worden in een instituut geplaatst. Ongeveer een kwart van de autisten met een IQ van hoger dan 50 is op latere leeftijd instaat om goed tot zeer goed te functioneren. Bij 60% wordt het functioneren als slecht tot zeer slecht beschreven. De problemen met autisme blijven vaak het gehele leven bestaan. Gedurende het leven kan er echter ook een ontwikkeling ontstaan door het aanpassingsvermogen van de omgeving en iemand met autisme.

Autisme in relatie tot andere stoornissen

Iemand met autisme heeft meestal geen last van andere stoornissen. Een groot deel van de autisten is echter wel verstandelijk gehandicapt (meer dan 60%). Bij andere autistische stoornissen is er vaak wel een combinatie van verschillende stoornissen. Je kunt denken aan kinderen met ADHD of volwassenen waarbij de autistische stoornis vaak gepaard gaat met depressiviteit.

Van school naar werk

Voor autisme is er speciaal onderwijs. Het is voor leerkrachten een uitdagende taak om kinderen op de basisschool of middelbare school zo goed mogelijk te helpen. De juiste begeleiding op school kan echter een uitstekende basis voor de toekomst leggen. In het leerproces wordt bij iemand met autisme vooral gehamerd op de zaken die niet zo goed gaan. Het is voor een autist bijvoorbeeld moeilijker om tot imitatie over te gaan en dat wordt dan ook aangeleerd. Tegelijk zal iemand met autisme moeten leren om ervaringen te delen, waar te nemen waar dat niet altijd lukt en te communiceren met de rest van een groep. Wanneer dit vanaf jonge leeftijd wordt bevorderd zijn de kansen op een baan groter. Echter geeft dit zeker geen garantie en ook van de omgeving en de precieze vorm van autisme is dit afhankelijk.

Maak de juiste keuze

Wanneer je zoekt naar een nieuwe werkplek is het belangrijk om te ontdekken of deze werkplek past bij iemand met autisme. Het gaat op dit moment niet alleen om het werk zelf, maar ook om de connectie met collega’s. Het lopen van een stage of proeftijd is belangrijk om te ontdekken of iets past of niet.

Accepteer autisme

Het is als autist belangrijk om te erkennen dat je te maken hebt met een stoornis. Wanneer je als autist inziet dat hiermee nog steeds een normale loopbaan mogelijk is maakt dit je waardevoller als werknemer. Het is voor een autist belangrijk om te accepteren dat het langer duurt om aan een nieuwe werkplek te wennen en ook voor opname in de groep moet langer de tijd worden genomen.

Goede voorbereiding is het halve werk

De juiste sollicitatie geeft meer baanmogelijkheden. Bij de juiste voorbereiding wordt het duidelijk wat een baan inhoudt en kun je afwegen of dit bij je profiel past. Wanneer er gevraagd wordt om flexibel te zijn of wanneer er veel samenwerking nodig is kan worden afgevraagd of deze baan bij iemand met autisme past.

Begeleiding

Begeleiding voor iemand met autisme is belangrijk en dat geldt ook op de werkvloer. Er is helderheid en structuur nodig om optimaal van functie te zijn. Verschillende bedrijven kennen een omgeving waarin de begeleiding goed is en daarmee wordt het functioneren van iemand met autisme bevorderd.

Sociale netwerken zijn belangrijk

Wanneer iemand met autisme het sociale netwerk gebruikt is de kans op een baan groter. Het sociaal netwerk is bekend met de persoon en heeft een bredere kijk op de zaak. De meeste mensen met autisme blijken aan een baan te zijn gekomen door vrienden of familie. Een simpel belletje kan de kans op een baan direct vergroten!

Autisme behandelen

Het behandelen van autisme zal niet resulteren in genezing. Autisme is (nog) niet te genezen met een therapie of medicijn. Het behandelen van autisme kan echter wel helpen bij de ontwikkeling van relaties, de resultaten op school en succes op de werkvloer.

Het behandelen is vaak gefocust op het verminderen van specifieke kenmerken waardoor een betere omgang met de omgeving mogelijk is. Wanneer iemand in het dagelijks leven met autisme weet om te gaan helpt dit bij de ontwikkeling en geluk in het leven. In sommige gevallen worden medicijnen gebruikt als er sprake is van depressies, extreme angsten, agressiviteit of zelfverwonding. Iemand blijft op deze manier rustig en positief waardoor de stoornis draagbaar wordt.

Vanaf 12 jaar hebben kinderen invloed op het wel of niet nemen van de medicatie. Alleen iemand met autisme kan hier het beste oordeel over vellen. Het behandelen van autisme zal in alle gevallen anders zijn en dat wordt altijd in samenwerking gedaan. Er wordt langzamerhand duidelijk welke therapie wel of niet werkt en daarop wordt een vervolgplan geschreven.

De juiste behandeling vinden

Voor het vinden van de juiste behandeling zijn er een aantal zaken van belang. Uiteraard zal een arts of therapeut uiteindelijk samen met iemand met autisme bepalen welk pad het best kan worden gekozen. In het onderstaande overzicht vind je precies de zaken die van belang zijn voor het vinden van de juiste behandeling:

  • De precieze klachten van iemand met autisme worden vastgesteld om te bepalen waarop het best kan worden gefocust.
  • Er wordt gekeken naar de behoeften van iemand met autisme. Wanneer hier niet naar wordt gekeken is therapie vaak in het geheel niet mogelijk.
  • De effectiviteit en de verwachtingen van een behandeling worden gemeten om tot een vervolg te komen.
  • Wetenschappelijk bewijzen worden gebruikt om vast te stellen wat de resultaten uit het verleden zijn.
  • Er wordt gekeken of de behandeling aansluit op de leer- of werkomgeving van iemand met autisme.

Wanneer autisme wordt behandeld is dit vooral gericht op het beperken van de gedragingen die bij iemand met autisme horen, het stimuleren van de communicatie met anderen en het verbeteren van de sociale vaardigheden. Ouders met autisme krijgen vaak hulp bij het opvoeden van kinderen. Ouders met een kind met autisme kunnen ook voor begeleiding kiezen.

Het wordt niet van de één op de andere dag bepaald dat iemand autisme heeft. Na uitvoerige observaties en tests kan er geconcludeerd worden of iemand een stoornis heeft uit het autistisch spectrum. Alleen al de diagnose heeft een grote invloed en vaak komen er na verloop van tijd aanpassingen om de omgeving van iemand met autisme te verbeteren.

Het behandelen van autisme is vooral gericht op educatie. Iemand krijgt uitleg over de beperkingen en kansen die iemand met autisme heeft. Iemand met autisme kan deze kennis gebruiken om zo goed mogelijk te functioneren in het dagelijks leven. Tegelijk is het voor vrienden en familie belangrijk om te begrijpen dat iemand autisme heeft. Het wordt op dit moment gemakkelijker om de juiste manier van omgang te vinden en ook dat verbetert het leven van iemand met autisme. Vaak wordt er bij een behandeling ingegaan op de verschillende fasen van het leven om daarbij de kennis en daarmee het zelfvertrouwen te vergroten. Eventueel kan er aanvullend coaching en een therapie in samenwerking met de partner nodig zijn.

De manier van behandelen kan verschillen door het intelligentieniveau van iemand met autisme en de precieze vorm van deze stoornis. Autisme wordt op dit moment verdeeld in klassiek autisme, PDD NOS en het syndroom van Asperger. Alleen in samenwerking met een specialist kan uiteindelijk worden bepaald wat de beste optie is.

Wanneer men overgaat tot medicijnen wordt er vaak gekozen voor antipsychotica of antidepressiva. De geest wordt op deze manier tot rust gebracht en ontvankelijk gemaakt voor positieve gedachtes. In de praktijk blijkt het daardoor gemakkelijker om met de omgeving mee te komen.

Educatie en medicatie bij autisme

Educatie en medicatie zijn de belangrijkste manieren om iemand te behandelen met autisme. Bij educatie gaat het vooral over informeren en medicatie is vaak gericht op rust en een positief humeur.

Psycho educatie

Voor iemand met een normale tot hoge intelligentie is het belangrijk dat hij of zij volledig op de hoogte is van de voor- en nadelen van autisme. Het is voor iemand met de juiste educatie mogelijk om beter met bepaalde situaties om te gaan en dat kan leiden tot een prettiger leven met autisme.

Psycho-educatie is een methode die pas recent wordt toegepast binnen de hulpverlening. De educatie is gericht op opvoeding en educatieve interventies. Het wordt voor iemand met autisme op deze manier mogelijk om vaardigheden te ontwikkelen en meer kennis te verzamelen over autisme. Het zelfvertrouwen wordt op deze manier vergroot en de omgang met autisme wordt versoepeld.

Psycho-educatie is voor iedereen anders. Het begrip wordt vaak gebruikt in de literatuur, maar er bestaat weinig overeenstemming omtrent de invulling van dit begrip. In sommige gevallen wordt er onder psycho-educatie het ten uitvoer brengen van cognitieve therapie verstaan, terwijl het in andere gevallen ook interventies en andere technieken bevat. Uiteraard is iedereen uniek en wordt er voor elke situatie vaak weer een ander behandelplan samengesteld in samenwerking met een specialist.

Medicijnen voor autisme

Het is zeker niet in alle gevallen noodzakelijk om medicatie te gebruiken wanneer iemand autisme heeft. Autisme is met medicatie niet te genezen en wordt dan ook vooral ingezet om de symptomen te bestrijden. De oorzaak kan met medicatie niet worden bestreden en het is belangrijk dit te beseffen als er voor medicatie gekozen wordt.

Symptoombestrijding kan een positieve bijdrage leveren wanneer iemand leeft met autisme. Extreme angsten en depressiviteit kunnen bijvoorbeeld goed worden bestreden met medicatie. Iemand wordt 24 uur per dag ondersteund met medicatie en wanneer het gebruik stopt zal het effect verdwijnen.

Wanneer iemand medicatie nodig heeft is het allereerst belangrijk om te bespreken welk effect er mee bereikt dient worden. Medicatie kan in sommige gevallen een tijdelijke oplossing bieden en in andere gevallen een langdurige oplossing. Bespreek met een specialist de mogelijkheden wanneer jij of iemand in de omgeving autisme heeft.

Medicatie kan worden ingezet in de volgende gevallen:

  • Wanneer er weinig tot geen verbale communicatie mogelijk is kan medicatie een positieve rol spelen.
  • Als iemand met autisme geen mogelijkheid ziet om informatie te filteren kan de juiste medicatie daar ruimte voor maken.
  • Depressies en psychoses zijn voor sommige mensen met autisme aan de orde van de dag. Het is met medicatie mogelijk om depressies en psychoses te verminderen.
  • Slapen is voor sommige mensen met autisme niet gemakkelijk. Om stoornissen in de slaap te lijf te gaan kan medicatie een rol spelen. Medicatie geeft rust en geen overtollige prikkels waardoor er overdag meer activiteit mogelijk is.
  • Als iemand met autisme sterk vasthoudt aan bepaalde structuren kan dit belemmerend zijn voor het dagelijks functioneren. Medicatie kan dit patroon doorbreken.

Specifieke behandeling van autisme

Tegenwoordig lijkt er voor ieder probleem een oplossing en zo geldt dat ook voor autisme. Via het internet vind je verschillende therapieën om autisme te behandelen. Op deze pagina nemen we er twee onder de loep:

Dr. Leo Kannerhuis therapie

Afbeeldingsresultaat voor Dr. Leo Kannerhuis therapie

De therapie van Dr. Leo Kannerhuis is een poliklinische behandeling waarbij men leert om beter met zichzelf om te gaan en de omgeving. De therapie wordt in verschillende varianten aangeboden en vooral als psychotherapie. De therapie sluit aan op de precieze hulpvraag van een cliënt. In principe is de therapie geschikt voor alle leeftijden wanneer iemand ASS als diagnose heeft en aan de criteria van Dr. Leo Kannerhuis voldoet.

Je komt alleen in aanmerking voor de therapie van Dr. Leo Kannerhuis wanneer er onvoldoende ondersteuning is op dit moment en wanneer de hulpvraag niet kan worden opgelost.

De therapie van Dr. Leo Kannerhuis is gericht op expressie, communicatie, beleving en problemen met structuren. De behandeling zorgt voor een vermindering of opheffing van het probleem. De verschillende therapieën bestaan uit muziek, dansen of psychomotorische therapie.

Het resultaat van een therapie is een beter zelfbeeld, meer zelfvertrouwen en de mogelijkheid om in oplossingen te denken. De therapie kan worden ingezet bij verschillende problemen en wordt vooral toekomstgericht ingezet. De volgende problemen worden in de therapie aangepakt: problemen bij waarneming, identiteitsproblemen, verwerkingsproblematiek, communiceren met anderen en starheid.

Een hulphond voor autisten

Hulphonden blijken instaat tot steeds meer moois en dat geldt ook voor mensen met autisme. De hond wordt niet alleen opgeleid voor vaste taken, maar voornamelijk voor het sociaal maken van de menselijke vriend. Hulphonden leveren een bijdrage in de begeleiding en therapie van iemand met autisme. De honden worden opgeleid voor mensen met autisme, PTSS of gelijke stoornissen. Hulphonden voor Autisme helpen na een basisopleiding bij het tot actie brengen van iemand met autisme. Het is bij een hulphond belangrijk dat de hond een vriend en vaste rots in de branding wordt. De honden kunnen goed tegen het onvoorspelbare gedrag van iemand met autisme en zijn eigenlijk onverstoorbaar. Een hulphond voor autisme kan zowel voor een kind als volwassene de helpende hand zijn.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here