PDD-NOS

PDD-NOS

PDD-NOS is een afkorting van de Engelse term ‘Pervasive Developmental Disorder – Not Otherwised Specified’. Oftewel PDD-NOS is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die niet alle kenmerken heeft van de andere pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Sinds de nieuwe DSM IV (classificatie-systeem voor psychiatrische aandoeningen) wordt PDD-NOS expliciet benoemd als restcategorie binnen Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Klassiek autisme en het syndroom van Asperger maken ook deel uit van deze categorie. Het verschil met PDD-NOS en de andere twee is echter dat, er bepaalde kenmerken wel overeenkomen maar niet zo sterk dat er gesproken kan worden van autisme. PDD-NOS komt ongeveer voor bij 1 op de 200 kinderen met verschillende intelligentie niveaus.

De oorzaken van PDD-NOS

Het is niet precies duidelijk wat PDD-NOS veroorzaakt. PDD-NOS komt zowel voor bij mensen met een hoog als laag gemeten IQ. Het probleem lijkt dan ook meer in de balans tussen de verbale intelligentie en de performale (handelend vermogen) intelligentie te zitten, oftewel het onvermogen om daden te vertalen naar woorden, dan het intelligentie niveau. Volgens schattingen speelt erfelijkheid voor 80 a 90% een rol in de kwetsbaarheid voor de ontwikkeling van de stoornis. Een combinatie van meerdere genen zorgt vermoedelijk voor een andere ontwikkeling van de hersenen. Het ontwikkelen van de stoornis kan dus niet enkel en alleen aan omgevingsfactoren of opvoeding worden toegeschreven, alhoewel deze factoren wel enige invloed op het verloop lijken te hebben.

Theorieën over PDD-NOS

Over wat er precies gebeurt in de hersenen van iemand met een autisme spectrum stoornis is nog steeds onduidelijk. Binnen de psychologie bestaan er meerdere theorieën over wat er mogelijk aan de hand is. De drie bekendste zijn de centrale coherentie theorie, de theorie over het gebrekkig executief functioneren en de theorie van het inlevingsvermogen. De centrale coherentie theorie gaat ervan uit dat mensen die autistisch zijn alle interne en externe prikkels niet goed samen kunnen brengen in een coherent beeld. Er ontstaat dan een fragmentarische kijk op de wereld, waarin details opvallen maar het grote geheel over het hoofd wordt gezien. De theorie die uitgaat van het gebrekkig executief functioneren wijdt het ziektebeeld aan een gebrekkig plannend vermogen. De theorie van het inlevingsvermogen gaat ervan uit dat mensen met autismespectrumstoornissen zich niet voldoende kunnen inleven in de ander. Ze weten niet wat bij de ander in het hoofd omgaat, en dit brengt een hoop onzekerheid. Bij beide theorieën kunnen echter kanttekeningen worden geplaatst en wat er precies aan de hand is, is dus vooralsnog niet duidelijk.

De kenmerken van PDD-NOS

Wat betekent het om PDD-NOS te hebben? Niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier. Bij PDD-NOS zijn er ontwikkelingsproblemen zichtbaar op de hieronder beschreven gebieden; namelijk, moeite met het inschatten van sociale situaties en hier niet altijd gepast op reageren. Ook ontstaat er vaak een achterstand in de communicatieve vaardigheden en iemands spraak of taal. Als laatste, komen de drang tot het herhalen van gedrag en de extreme fascinatie voor bepaalde voorwerpen, hobby’s of interesses vaak voor bij PDD-NOS. Let wel, geen twee mensen zijn identiek. De ontwikkeling hoeft, voor een diagnose, niet noodzakelijk op alle bovenstaande gebieden verstoord te zijn. Ook verschilt de mate waarin iemand kan functioneren van persoon tot persoon. Zeker bij PDD-NOS is het, aangezien het een restgroep is, van groot belang om niet te zeer te generaliseren.

Sociaal gedrag

Zoals gezegd uit de verstoorde ontwikkeling zich vaak op het gebied van contact met anderen. Doordat het kind de wereld om zich heen moeilijker begrijpt en communicatief minder sterk is loopt het vaak tegen problemen en misverstanden aan. Kinderen communiceren wel, maar houden zich doorgaans minder aan de ongeschreven sociale regels in een samenleving. Ze vinden het moeilijk om dit aan te voelen, en hun communicatievorm kan dan soms ook wat vreemd overkomen. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld dat kinderen in een gesprek geen oogcontact maken of dat er eerder sprake is van een monoloog dan van wederzijds contact. Ook weten ze soms niet hoe ze zich moeten gedragen. Dan kunnen ze bijvoorbeeld ongepast open zijn naar volwassenen, of juist andersom.

Emoties

Kinderen met PDD-NOS blijven, door hun verstoorde ontwikkeling, langer in de kinderlijke denk- en belevingswereld hangen. Dit kan als gevolg hebben dat een kind langer in een fantasiewereld blijft hangen, en dat deze door elkaar gaat lopen met de wereld om hen heen. Dit kan een kind angstig maken. Kinderen met een autisme spectrum stoornis beleven emoties anders dan mensen die deze stoornis niet hebben. Dit kun je ook merken als het om interesses gaat. Mensen met PDD-NOS kunnen soms niet inschatten wat echt belangrijk is, met extreme fascinaties als gevolg. Dit wil echter niet zeggen dat ze geen gevoel hebben. Ze uiten zich alleen anders. Tijdens het dagelijks leven reageren ze vaak te te lang, te kort te heftig of juist helemaal niet. En juist doordat PDD-NOS kinderen wel degelijk gevoelig zijn, is dit een bron van verdriet. Ze ervaren immers door de interactie met de buitenwereld dat ze ‘anders’ zijn dan anderen. Dat anderen ze niet begrijpen. Pogingen om erbij te horen lopen dan ook vaak op niets uit.

Taalontwikkeling en cognitieve problemen.

Kinderen met PDD-NOS ontwikkelen zich vaak ook talig anders dan andere kinderen. Het kan dat het taalgebruik gekunsteld overkomt, dat grapjes niet worden begrepen of dat er uitdrukkingen worden gebruikt die niet passen bij de leeftijd van het kind. PDD-NOS heeft niets te maken met de intelligentie van een kind. Wel lopen veel kinderen op school tegen problemen aan. Deze zijn echter meestal terug te voeren op de eerder benoemde sociale problematiek. Bijvoorbeeld omdat ze het op hun eigen manier willen doen, of de uitleg te letterlijk nemen. Ook ontbreken vaak de gevoelens van intrinsieke motivatie, die mensen zonder PDD-NOS wel ervaren.

Prikkels en veranderingen

Twee andere kenmerken die vaak bij PDD-NOS voorkomen zijn de overgevoeligheid voor prikkels en veranderingen. Kinderen met PDD-NOS zijn overgevoelig voor prikkels. Deze prikkels kunnen van buitenaf komen, bijvoorbeeld lawaai, maar kunnen ook in henzelf naar boven komen. Dit kan leiden tot het dwangmatig uitvoeren van handelingen. Ook het omgaan met veranderingen is voor veel kinderen met PDD-NOS een aandachtspunt. Veranderingen of onverwachtse gebeurtenissen overprikkelen het kind, waarna zij vaak druk worden of juist in zichzelf keren. Voor het functioneren van een kind met PDD-NOS is het dus belangrijk dat ze opgroeien in een stabiele, gestructureerde omgeving.

PDD-NOS bij volwassenen

Bij volwassenen wordt PDD-NOS vaak laat vastgesteld. De problemen zijn hetzelfde, maar bij volwassenen manifesteren ze vaak anders. Zo zal een volwassene de problemen eerder relateren aan zijn of haar werk of studie of financiële situatie. Het is dan dus lastiger om in te zien dat de problemen misschien van binnenuit komen. Het stellen van de juiste diagnose wordt eveneens bemoeilijkt door compensatie strategieën die veel PDD-NOS volwassenen hebben ontwikkeld en die de problematiek minder zichtbaar maken.

Hoe wordt PPD-NOS vastgesteld

Bij het diagnosticeren van PDD-NOS wordt er getoetst of de kenmerken van een persoon overeenkomen met de criteria van PDD-NOS, zoals die staan beschreven in het handboek DSM IV. Dit boek wordt regelmatig aangevuld of gewijzigd naar de laatste nieuwe inzichten binnen de psychiatrie. Omdat mensen met PDD-NOS een andere ontwikkeling hebben doorgemaakt, vormt het in kaart brengen van de ontwikkeling een belangrijk deel van de diagnostiek (ontwikkelingsamnese). Bij kinderen is dit gemakkelijker dan bij volwassenen, omdat het voor een volwassene lastiger is om die tijd zo objectief mogelijk te herinneren. Om te kunnen beoordelen in hoeverre het cognitieve en sociale functioneren afwijkt van de norm worden er gestandaardiseerde testen uitgevoerd. Dit zijn vragenlijsten waarin wordt gevraagd naar sociale situaties en het cognitief functioneren en hoe iemand hier bij zichzelf tegenaan kijkt.

Mogelijke bijkomende problemen bij PPD-NOS

Bij veel aandoeningen (de kernproblematiek) komen ook andere problemen kijken. Dit is bij PPD-NOS niet anders. Problemen die vaak naast de PPD-NOS ontstaan zijn problemen met betrekking tot de zintuigelijke verwerking, het eetpatroon, de ontlasting, slapen, een stijve motoriek maar ook andere psychische stoornissen zoals een verstandelijke handicap, OCD, ADHD en depressies.

Behandeling

Wat kun je doen als je PDD-NOS hebt? PDD-NOS is niet te genezen, maar een goede behandeling kan de levenskwaliteit echter wel erg verbeteren. Meestal bestaat een behandeling uit een combinatie van therapieën. Denk hierbij aan psycho-educatie  (voorlichting over autisme stoornissen), gespreksgroepen, ondersteuning bij de opvoeding, gedragstherapie en sociale vaardigheidstrainingen. Een behandelaar geeft degene met PDD-NOS als het ware een gereedschapskist aan kennis en vaardigheden mee, die het leven in de hedendaagse maatschappij makkelijker maken. Zo kan een behandelaar je leren hoe je structuur aanbrengt in je leven. Net zo belangrijk is dat een therapeut kan helpen bij de acceptatie van jezelf, en je kan leren wat je sterke punten zijn en hoe je die in kunt zetten. Ook kan een therapeut je helpen te communiceren over hoe jij dingen ervaart met de mensen die je dierbaar zijn. Vaak worden de mensen die het dichts bij de persoon met PDD-NOS staan ook betrokken in de behandeling. Daarnaast worden er ook regelmatig medicijnen voorgeschreven voor bijkomende problemen, zoals angsten, agressie of depressies.

Wat kan de omgeving doen?

De omgeving kan iemand met PDD-NOS op verschillende manieren ondersteunen.
Het is vooral belangrijk om een veilige, voorspelbare omgeving te creëren en een structuur op te zetten waar iedereen zich prettig bij voelt. Denk hierbij ook aan een dag structuur en een huishoudschema. Daarnaast is het ook belangrijk dat degene met PDD-NOS wordt voorbereid op grote veranderingen. Laat hem of haar hier langzaam aan wennen en probeer nieuwe dingen stap voor stap te introduceren. Als laatste is het belangrijk om te proberen de eigen emoties in bedwang te houden. Iemand met PDD-NOS gaat zelf anders met emoties om, en (heftige) emoties van anderen kunnen dan ook verwarrend zijn en diegene van streek maken. Probeer duidelijk te zijn zonder boos te worden.

Prognose

Het is moeilijk te voorspellen hoe de stoornis zich zal ontwikkelen omdat dit van verschillende factoren afhangt. Intelligentie speelt hierin een rol, maar ook de behandeling die iemand heeft gehad en of de taalontwikkeling en het denkvermogen wel goed ontwikkeld zijn. Op het moment dat een kind minder ontwikkeling doormaakt is de kans op depressiviteit en sociale onaangepastheid groter. Over het algemeen wordt echter aangenomen dat PDD-NOS bij het ouder worden minder op de voorgrond zal treden.

Tot slot

PDD-NOS kan ernstige gevolgen hebben voor zowel de patiënt als de familie. De patiënt ervaart vaak hinder in het dagelijks functioneren. Hij of zij kan zich onzeker, depressief of eenzaam voelen en ook angsten komen veel voor. Daarnaast kan het moeilijk zijn om aan de verwachtingen van de maatschappij (werk, gezin) te voldoen. Als je jezelf in deze omschrijvingen herkent kan het dat je behoefte hebt aan een zorgspecialist die dit nader met jou onderzoekt. Maak een afspraak bij je huisarts en hij/zij zal de opties met je doornemen. PDD-NOS is chronisch, maar met de juiste begeleiding kan je functioneren en je welzijn enorm toenemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here