Autisme en hoogbegaafdheid

Autisme en hoogbegaafdheid is een lastige combinatie, maar een combinatie die nog weleens voor wilt komen. Autisme zelf komt in eindeloos veel vormen voor en relatief veel mensen die een vorm van autisme hebben worstelen hiermee in het dagelijks leven. Wanneer er dan ook nog hoogbegaafdheid bij komt kijken, dan kan dit veel moeilijkheden opleveren. Echter, professionele begeleiding kan ervoor zorgen dat er een redelijk evenwicht in het leven kan worden gevonden.

Hoogbegaafd en autisme

Er wordt wel vaker gezegd dat iemand met autisme niet bestempeld mag worden als een hoogbegaafd persoon, ook niet wanneer het intelligentie quotiënt zegt dat dit wel het geval is. Dit is eigenlijk onzin, want autisme heeft geen betrekking op het IQ. In de regel kan worden gesteld dat je hoogbegaafd bent wanneer je een IQ van 130 of hoger hebt. Iemand met een IQ van 132 is dus hoogbegaafd, ook als hij of zij een aandoening zoals autisme heeft. Het hebben van autisme brengt het IQ immers niet omlaag. Het is dan ook beter om te spreken van een hoogbegaafd persoon met een beperking op het psychische vlak, waardoor het hoge IQ in bepaalde situaties wat minder goed naar buiten kan komen.

Meer letten op de kenmerken van hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid hoeft niet per definitie te worden vastgesteld aan de hand van een IQ. Hoogbegaafdheid kan namelijk ook in andere kenmerken worden herkend. Om te weten of kinderen mogelijk hoogbegaafd zijn kan er dus ook worden gekeken naar deze voorkomende kenmerken. Hierbij valt te denken aan veel te vroeg of juist veel te laat leren lopen, moeite met het aanleren van zwemmen en fietsen, pas laat beginnen met praten en niet starten met woorden maar direct in hele zinnen, een grote zelfstandigheid, overgevoeligheid, terugloop in de ontwikkeling in plaats van vooruitgang, thuis heel anders in persoonlijkheid dan op school en het vaker hebben van buikpijn en/of hoofdpijn.

Dit zijn nog slechts enkele kenmerken waaraan kan worden herkend dat een kind hoogbegaafd is. Een kind met autisme kan, afhankelijk van de vorm, zich niet uiten zoals andere kinderen dit doen. Dit kan invloed hebben op de resultaten. Het IQ dat geuit wordt kan dan ook een stuk lager liggen dan het IQ dat het kind daadwerkelijk heeft. Hierdoor is het vaak lastiger om aan de hand van het IQ vast te stellen of het kind hoogbegaafd is en kan dit beter worden bepaald aan de hand van kenmerken.

Evenveel hoogbegaafden onder kinderen met autisme

Hoogbegaafdheid kan met veel verschillende aandoeningen, beperkingen of stoornissen samengaan. Zo komt het voor dat hoogbegaafden te maken hebben met dyslexie of dyscalculie, met ADHD, ADD of autisme. Hieruit wordt vaker opgemaakt dat hoogbegaafdheid vaker voorkomt bij kinderen met autisme. Echter, dit is niet het geval. Hoogbegaafdheid komt evenveel voor bij kinderen met autisme als bij kinderen die geen autisme hebben.

De combinatie van hoogbegaafdheid met autisme is voor het kind, en ook de omgeving, vaak erg verwarrend. Kinderen met autisme hebben vaak een andere leermethode nodig dan kinderen zonder autisme. De kinderen die hoogbegaafd zijn hebben ook weer een andere lesmethode nodig. Een kind met autisme loopt vaker wat achter op de reguliere lesstof, omdat er bepaalde beperkingen zijn die ervoor zorgen dat er bijvoorbeeld een gebrek aan concentratie is om het tempo bij te houden.
Kinderen met hoogbegaafdheid lopen vaak voor op de reguliere lesstof, omdat ze alles veel sneller leren, leren begrijpen en toe kunnen passen. Zoals hierin duidelijk is, bestaat er dus een groot verschil tussen passende lesstof voor kinderen met autisme en die voor kinderen met hoogbegaafdheid. Het is daarom ook zo verwarrend voor kinderen die met beide te maken hebben. Het moet allemaal niet te snel gaan, maar aan de andere kant wordt het ook snel saai. Er moet dus een unieke uitdaging worden gevonden om het kind te blijven motiveren, anders bestaat de kans dat het kind gaat onderpresteren.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here