Dyscalculie

Dyscalculie

Dyscalculie is een stoornis in de hersenen die het voor mensen ontzettend lastig maakt om met getallen om te gaan. Zij hebben hierdoor moeite met (hoofd)rekenen en kunnen tegen moeilijkheden aanlopen wanneer zij bijvoorbeeld op school of op hun werk actief met getallen bezig zijn. Veel mensen zijn al bekend met de stoornis dyslexie, maar voor velen is dyscalculie nog steeds een begrip dat niet volledig wordt begrepen. In principe is dyscalculie de reken-variant van dyslexie. Veel mensen die met dyscalculie te maken hebben zijn, net als mensen met dyslexie, erg gebaat bij een goede behandeling om zo steeds beter te leren omgaan met hun beperkingen.

Dyscalculie is een Grieks woord en stamt af van twee woorden: Dys (dit betekent ‘beperkt) en calculus (dit betekent ‘rekenen’). Samen maakt dit dus  ‘beperkt rekenen’. Dyscalculie kan zelfs de meest eenvoudige sommen en eenvoudig uit te voeren rekenwerk tot een moeilijke uitgave maken en leidt hierdoor al snel tot obstakels in de hersenen. Sommen worden simpelweg niet begrepen. Mensen die lijden aan dyscalculie kunnen hierdoor onder andere problemen oplopen op het gebied van zelfvertrouwen, omdat zij niet op hetzelfde niveau presteren als leeftijdsgenoten. Toch is dyscalculie niets om voor te schamen, want het zit tenslotte in de hersenen.

Wat is dyscalculie?

De meeste mensen kunnen naar sommen zoals “8 + 5” kijken en het antwoord binnen een seconde uitrekenen. Maar voor mensen met dyscalculie kan een dergelijke som al een hele uitdaging zijn. Het onderdeel dat in het brein over rekenen gaat ziet de getallen wel staan maar kan deze niet op de juiste manier samenvoegen. Daarbij kunnen mensen met dyscalculie getallen door elkaar halen, waardoor zij uiteindelijk op een ander antwoord uitkomen dan correct is. Veel mensen die lijden aan dyscalculie hebben daarom meer tijd nodig om sommen te maken, omdat zij alles tot in de puntjes moeten controleren en moeten zorgen dat alles kloppend is.

Te moeilijke informatie

Dyscalculie maakt het lastig om met informatie om te gaan die bijvoorbeeld op papier is geschreven. Rekenen en wiskunde vereisen een bepaald inzicht in het brein om te zorgen dat het antwoord kloppend is. Wanneer de getallen niet bij elkaar opgeteld kunnen worden of door elkaar gehaald worden, leidt dit tot verkeerde resultaten. En dit is volledig het gevolg van een verkeerde verwerking van informatie die in het hoofd is opgeslagen. De informatie kan lastig verwerkt worden door de barrières in het hoofd en maken het vrijwel onmogelijk om tot een goed antwoord te komen.

Dyscalculie is voor de rest van het leven

Mensen die aan dyscalculie lijden zullen hier de rest van het leven mee te maken hebben. Dit betekent echter niet dat er mooie stappen gezet kunnen worden om steeds minder last hiervan te hebben. Naast het gebruik van een rekenmachine, dat al een flinke boost geeft in de resultaten op het gebied van rekenwerk, kunnen mensen met dyscalculie dankzij goede begeleiding zorgen dat zij gedurende hun leven steeds beter met de informatie rondom getallen en rekenen om kunnen gaan. Het hoeft daarom geen beperking te zijn die de rest van het leven grote problemen oplevert, want het kan op termijn steeds beter aangepakt worden om rekenen steeds meer onder de knie te hebben.

Dyscalculie en rekenen

Vooral als het aankomt op basisvaardigheden bij rekenen lopen mensen met dyscalculie tegen vervelende problemen aan. Zo kunnen bijvoorbeeld flinke moeite hebben om tafels uit hun hoofd te leren. Dit is voor velen algemene kennis die op de basisschool al wordt geleerd, maar mensen met dyscalculie kunnen de rest van hun leven moeite hebben om deze tafels uit hun hoofd te leren. De oorzaak hiervan ligt vooral bij de extra moeite die het kost om rekentaken te automatiseren in het hoofd. Waar iemand zonder dyscalculie in een handomdraai kan uitrekenen dat 7 maal 3 uitkomt op 21, heeft iemand met dyscalculie moeite om deze getallen met elkaar te vermenigvuldigen en op het juiste antwoord uit te komen.

Dyscalculie en snelheid

Niet alleen lopen mensen met dyscalculie tegen problemen aan om sommen uit te voeren, zij kunnen ook tegen problemen aan lopen met betrekking tot de snelheid waarop zij een som uitrekenen. Zij hebben simpelweg veel meer tijd nodig om een som goed te kunnen uitrekenen en nemen hierbij over het algemeen veel meer notities om tot een goed antwoord te komen. De snelheid van rekenen ligt bij mensen met dyscalculie dan ook aanzienlijk lager in vergelijking met mensen die niet met deze complexe stoornis te maken hebben. Zoals jij je kunt voorstellen, kunnen kinderen met dyscalculie op deze manier moeilijk meekomen met leeftijdsgenoten wanneer zij rekentoetsen moeten maken.

Kenmerken van dyscalculie

De kenmerken van dyscalculie zijn al vanaf jonge leeftijd te herkennen, maar vaak gaan kinderen nog vrij lang het leven door zonder te realiseren dat zij te maken hebben met dyscalculie. Dit is vooral het gevolg van de onbekendheid van dyscalculie; veel mensen weten simpelweg niet dat deze stoornis bestaat en welke kenmerken hierbij komen kijken. Daarom zetten we voor iedere leeftijdscategorie de verschillende kenmerken op een rijtje.

Dyscalculie bij jonge kinderen herkennen

  • Op jonge leeftijd is dyscalculie vooral te herkennen aan de moeite die kinderen hebben om tot 10 te tellen. Waar leeftijdsgenoten rond hun 3e en 4e levensjaar al redelijk snel van 1 tot 10 kunnen tellen, kunnen kinderen met dyscalculie dit pas veel later. Zij hebben moeite om de getallen en de volgorde hiervan in hun hoofd op te slaan.
  • Naast tellen kunnen kinderen met dyscalculie ook tegen problemen aanlopen wanneer zij bijvoorbeeld de vorm en kleur van een object moeten beschrijven. Zij hebben meer moeite om dit op een efficiënte manier te doen en zijn over het algemeen langer bezig om hier op de juiste manier antwoord op te geven.
  • Daarbij komt kijken dat jonge kinderen met dyscalculie bijvoorbeeld minder snel hoeveelheden met elkaar kunnen vergelijken (Welke van de 2 is groter?, bijvoorbeeld). Denk hierbij aan twee verschillende stapels waarvan de één 3 blokjes heeft en de ander 5. Kinderen met dyscalculie hebben moeite om in te schatten welke van de twee nu daadwerkelijk de meeste blokjes heeft.
  • Kinderen met dyscalculie kunnen op jonge leeftijd ook al moeite hebben om een goed richtingsgevoel te ontwikkelen. Dit duurt voor hen over het algemeen langer dan bij hun leeftijdsgenootjes.
  • Op jonge leeftijd beginnen kinderen ook al met rekenen door kleine getallen te gebruiken. Een bekend kenmerk van dyscalculie bij jonge kinderen is dat zij ook bij kleine getallen flinke moeite hebben om deze op de juiste manier bij elkaar op te tellen. Dit lukt hen vaak helemaal niet of zij doen hier langer over dan andere kinderen in hun klas.
  • Kinderen kunnen op deze leeftijd ook al moeite hebben om mee te doen met spelletjes waar rekenen een klein onderdeel van is. Zo zijn er diverse spelletjes waar men kleine sommen moet uitrekenen. Voor kinderen met dyscalculie is dit op jonge leeftijd al een hele opgave die erg lastig is om uit te voeren. Vooral ouders met jonge kinderen kunnen in zulke situaties duidelijk zien of een kind moeite heeft met rekenen. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat een kind dyscalculie heeft, deze kan simpelweg ook wat later zijn met het begrijpen van rekenen. Maar als dit in combinatie met andere kenmerken in deze lijst voorkomt dan is het slim om goed op te letten tegen welke obstakels het kind nog meer aanloopt.

Dyscalculie herkennen als kinderen opgroeien

  • Kinderen met dyscalculie kunnen tijdens het opgroeien vooral moeite hebben om bij het tellen alle getallen op te noemen. Dit houdt in dat zij bijvoorbeeld getallen overslaan wanneer zij tot 25 moeten tellen. Naarmate zij ouder worden, kunnen zij steeds beter begrijpen welke getallen zij overslaan, maar dit kenmerk kan nog jarenlang actief spelen bij een kind met dyscalculie.
  • Wanneer er sprake is van dyscalculie dan zal een kind veel langer op de eigen vingers blijven tellen wanneer zij bijvoorbeeld tot 10 of 20 moeten tellen. Het is voor hen gemakkelijker om de getallen te volgen door voor ieder nummer weer een vinger op te steken. Kinderen met dyscalculie doen dit over het algemeen langer dan kinderen die daar geen last van hebben.
  • Wanneer leraren instructies geven aan kinderen met dyscalculie dan hebben deze kinderen ontzettend veel moeite om al deze instructies te onthouden en ook op de juiste volgorde op te volgen. Dit kan in het hoofd van een kind met dyscalculie lastig worden opgeslagen waardoor zij veel eerder tegen problemen aan zullen lopen.
  • Kennis die eerder is opgedaan door een kind zal over het algemeen minder snel worden ingezet bij een taak die dezelfde eisen heeft. Zij kunnen de kennis uit voorgaande opdrachten erg eenvoudig vergeten waardoor zij bij de volgende keer tegen allerlei obstakels aanlopen die zij de vorige keer ook hebben meegemaakt.
  • Daarbij leren veel kinderen op deze leeftijd ook al om te hoofdrekenen en gaan zij hier steeds actiever mee aan de slag naarmate zij ouder worden. Voor een kind met dyscalculie kan dit echter nog lang duren voordat zij dit volledig onder de knie hebben, omdat het brein de informatie niet goed kan verwerken en op deze manier veel langer de tijd nodig heeft om rekensommen in het hoofd effectief te behandelen.
  • Op latere leeftijd zullen kinderen nog meer moeite hebben bij spelletjes die rekensommen bevatten. Vaak worden deze spelletjes in een educatieve omgeving gespeeld, zoals op school, maar ook op kinderfeestjes kunnen deze spelletjes regelmatig gespeeld worden. Net als bij jonge kinderen is dit niet direct een indicatie dat er sprake is van dyscalculie, ook hier kan het kind simpelweg wat achterlopen op leeftijdsgenoten. Hier moeten ouders dan ook goed opletten of er andere kenmerken bij het kind spelen, zodat er een duidelijk inzicht is van de totale kenmerken waar een kind op dat moment tegenaan loopt.

Dyscalculie herkennen bij volwassenen

Naarmate men ouder wordt is er al steeds meer duidelijk over de verschillende kenmerken van dyscalculie. Vaak leren kinderen op de basisschool of middelbare school al dat zij last hebben van dyscalculie. Maar er zijn ook voldoende mensen die hier wel last van ondervinden maar slechts te maken hebben met een lichtere variant van deze complexe stoornis. Daarom kunnen sommigen pas zeer laat in hun leven realiseren dat zij inderdaad te maken hebben met dyscalculie.

  • Volwassenen met dyscalculie lopen vaak nog steeds tegen bepaalde problemen aan bij het rekenen die door hun opleidingsgenoten of leeftijdsgenoten niet worden ervaren. Zo kan iemand na de leeftijd van 20 nog steeds moeite hebben getallen in het hoofd bij elkaar op te tellen en tot een goed antwoord te komen.
  • Daarbij zullen zij ook vaker de noodzaak hebben om bijvoorbeeld een rekenmachine te gebruiken wanneer zij bepaalde sommen proberen uit te rekenen. Waar anderen op hun leeftijd eenvoudig dergelijke sommen in het hoofd kunnen uitrekenen, kunnen volwassenen met dyscalculie dit niet en lopen zij hierdoor tegen obstakels aan als zij geen rekenmachine gebruiken.
  • Een volwassene met dyscalculie ervaart in het dagelijks leven meerdere keren per dag problemen bij het rekenen. Vaak hebben zij dit pas door wanneer iemand anders in hun omgeving de som veel sneller en ook met veel minder moeite kan uitrekenen. Dit kan ertoe leiden dat iemand met dyscalculie zich dom voelt in vergelijking met de ander, terwijl hier dus simpelweg sprake is van een stoornis waar zij zelf weinig aan kunnen doen.
  • Mensen die te maken hebben met dyscalculie hebben op volwassen leeftijd nog steeds moeite om bijvoorbeeld klok te kijken. Dit maakt het ontzettend lastig om te weten hoe laat het is. Voor veel volwassenen met dyscalculie geldt dit obstakel zowel voor analoge klokken als digitale klokken, waardoor het lastig is om een goede methode te vinden om de tijd wel te weten.
  • Op latere leeftijd kan het ook nog voorkomen dat men ontzettend veel moeite heeft om de prijzen van boodschappen bij elkaar op te tellen. Dit kan ertoe leiden dat men bijvoorbeeld te veel betaalt voor hun boodschappen. Het is ook lastig om geld te tellen, waardoor bijvoorbeeld contant betalen lastiger is voor mensen met dyscalculie.
  • Een andere factor ligt bijvoorbeeld bij het uitrekenen van de fooi die bij een restaurant betaald moet worden. Mensen met dyscalculie kunnen moeilijk hoofdrekenen en daardoor dus ook niet goed uitrekenen wat een normale fooi is voor de serveerder of serveerster. Dit kan er in enkele gevallen toe leiden dat zij te veel fooi geven.
  • Volwassenen met dyscalculie hebben veel moeite met puzzels, zoals sudoku’s, maar ook met spelletjes zoals Monopoly waar veel rekenwerk bij komt kijken. Dit zijn duidelijk indicaties dat er inderdaad iets aan de hand kan zijn binnen de mate waarop iemand goed kan rekenen. Het is in zulke situaties slim om te kijken of er andere kenmerken spelen die in deze lijst genoemd worden, zodat er indien nodig een afspraak gemaakt kan worden bij de huisarts om verder uit te zoeken of iemand lijdt aan dyscalculie.

Hoe is het om dyscalculie te hebben?

Voor mensen die niet aan dyscalculie lijden is het lastig om in te beelden hoe het nu echt is om deze stoornis te hebben. Maar, zoals jij je kunt voorstellen, is het voor mensen met dyscalculie juist weer lastig te begrijpen op welke manier anderen die geen dyscalculie hebben denken. Voor mensen met dyscalculie is iedere som simpelweg een ontzettend zware opgave. Waar de meeste mensen de som 17 + 15 uit kunnen rekenen, is dit voor een persoon met dyscalculie vergelijkbaar met een som zoals 17843 + 23784 – het vereist simpelweg veel meer werk om dit op een goede manier op te lossen. Daarbij kunnen mensen met dyscalculie tegen problemen aanlopen wanneer het aankomt op hoe zij naar zichzelf kijken.

Lager zelfvertrouwen

Want door zichzelf continu met anderen in hun omgeving te vergelijken, kunnen mensen met dyscalculie een flinke deuk in hun zelfvertrouwen oplopen. Leeftijdsgenoten zijn simpelweg beter met rekenen en hierdoor kunnen mensen met dyscalculie zich vaak dom voelen. Dit is zonde, want uiteindelijk is het een complexe stoornis die zij niet zelf kunnen oplossen. Het enige dat men kan doen is zorgen dat zij een goede behandeling hebben en steeds beter leren welke technieken helpen om zo min mogelijk last te ondervinden van het feit dat zij moeite ervaren met rekenen. Dit lagere zelfvertrouwen kan al op jonge leeftijd voorkomen, waardoor het voor de omgeving vooral belangrijk is dat het duidelijk gemaakt wordt dat iemand last heeft van een stoornis en dat dit geen zware impact op hun eigen zelfvertrouwen hoeft te hebben.

Kleuters met dyscalculie: de behandeling

Als ouder is het belangrijk om op vroege leeftijd al te herkennen of een kind te maken heeft met dyscalculie. Want hoe eerder dit wordt herkend, hoe sneller er gestart kan worden met een goede behandeling. Hier heeft het kind uiteindelijk zijn of haar hele leven profijt van. Bovendien kan er op deze manier ook sneller gekeken worden naar technieken die een kind met dyscalculie kunnen helpen om hun achtergestelde rekenkracht steeds verder naar het niveau van leeftijdsgenoten te trekken.

Vroeg beginnen

Door vroeg te beginnen kampen kinderen met zo min mogelijk nadelen van hun dyscalculie en kunnen zij daar zelfs gedurende hun volwassen leven nog ontzettend veel voordelen van ondervinden. Dit helpt hen niet alleen gedurende de jaren op de basisschool. Bovendien helpt het ook om docenten actief te betrekken bij een kind met dyscalculie. Zij kunnen bijvoorbeeld extra tijd krijgen om opdrachten uit te voeren maar ook extra begeleiding van de docent krijgen om steeds minder last te ondervinden van de stoornis.

Kinderen met dyscalculie: de behandeling

Naarmate kinderen ouder worden zal er voor ouders steeds meer duidelijkheid zijn in welke mate er sprake is van de kenmerken van dyscalculie. Rond het 8e levensjaar wordt al vaak duidelijk of een kind inderdaad te maken heeft met dyscalculie. Dit kunnen ouders zelf merken wanneer zij hun kind actief helpen met het maken van rekenhuiswerk, maar kan ook aangegeven worden door een leraar die ziet dat het kind moeite heeft met rekenen. Op deze leeftijd is het voor kinderen erg belangrijk dat zij leren hoe zij met dyscalculie moeten omgaan, zowel met de beperkingen die het bij rekenen oplevert als de impact die het kan hebben op hun eigen persoonlijkheid.

Eigenwaarde verbeteren

Het is voor kinderen op deze leeftijd essentieel dat zij goed worden begeleid op het gebied van eigenwaarde. Het hebben van dyscalculie kan op deze leeftijd flinke nadelen opleveren voor een kind. Het is helaas zo dat kinderen op de basisschool en middelbare school gepest kunnen worden omdat zij geen goede resultaten halen bij het rekenen. Hierdoor kunnen zij zich stom of zelfs dom voelen. Zoals je kunt begrijpen levert dit bij een kind een flinke deuk op voor het zelfvertrouwen en daar kunnen zij de rest van hun leven last van hebben. Het is voor ouders van kinderen die aan dyscalculie lijden daarom noodzakelijk dat zij goed met hun kind overleggen waar zij last van hebben en duidelijk maken dat zij hier weinig aan kunnen doen buiten de behandeling.

Goede omgeving

Kinderen met dyscalculie hebben daarbij ontzettend veel profijt van een goede omgeving waarin zij steeds beter leren hoe zij met hun complexe stoornis om moeten gaan. Dyscalculie kan het beste behandeld worden wanneer de omgeving van het kind ook op de hoogte is van deze stoornis. Ouders moeten daarom aan de leraren duidelijk maken dat een kind lijdt aan dyscalculie zodat een kind extra tijd kan krijgen om opgaven waar rekenwerk is vereist op te lossen. Dit helpt hen om veel minder druk te voelen wanneer zij met rekensommen aan de slag gaan.

Volwassenen met dyscalculie: de behandeling

Wanneer men op latere leeftijd pas echt de obstakels tegenkomt die dyscalculie met zich mee kan brengen dan is het raadzaam om daar de juiste behandeling bij te zoeken. Zelfs wanneer men naar de universiteit of de hogeschool gaat dan krijgt men extra tijd voor rekensommen indien deze op een toets voorkomen. Het is voor volwassenen daarbij slim om niet voor een carrière te kiezen waar veel rekenwerk bij komt kijken. Zij kunnen beter op zoek gaan naar een baan waarin zij kunnen excelleren op basis van de sterktes die zij op andere vlakken hebben.

Is dyscalculie erfelijk?

Er is in het verleden al gekeken naar de mate waarin dyscalculie erfelijk is en van ouder op kind kan worden overgedragen. Het is duidelijk dat dyscalculie vaak binnen een familie voorkomt wanneer andere familieleden ook al aan dyscalculie lijden. Het hebben van dyscalculie als ouder is echter geen garantie dat een kind zelf ook dyscalculie zal hebben. Daarentegen kan het ook zo zijn dat beide ouders geen dyscalculie hebben maar dat hun kind dat wel heeft. Op dit moment is daarom nog niet duidelijk in welke mate dyscalculie procentueel gezien inderdaad erfelijk is.

Testen op dyscalculie

Het is mogelijk om je online te testen op dyscalculie op basis van enkele kenmerken die jij op dit moment ervaart. Het is voor ouders ook mogelijk om deze vragenlijst voor hun kind in te vullen. Op deze manier kan al snel duidelijk worden of er inderdaad sprake kan zijn van dyscalculie. Dergelijke online testen bieden uitsluitend een indicatie of er sprake kan zijn en bieden daarom geen definitieve uitslag. Deze uitslag kan wel verkregen worden door via de huisarts verbonden te worden met een psycholoog die vervolgens kan kijken in hoeverre er sprake is van dyscalculie bij een kind of volwassene. Dit zal helpen om een goede behandeling in gang te zetten en te helpen bij het verbeteren van de resultaten op het gebied van rekenen en wiskunde.

Vragen over dyscalculie

De vragen over dyscalculie zijn gebaseerd op de vele kenmerken die iemand heeft wanneer er sprake is van dyscalculie en kunnen op basis daarvan een duidelijk inzicht bieden. Het is belangrijk dat deze vragen daarom zo waarheidsgetrouw mogelijk ingevuld worden, omdat dan het beste beeld ontstaat van de omstandigheden waar iemand mee te maken heeft. Het hoeft bij iemand die aan dyscalculie lijdt niet zo te zijn dat alle kenmerken voorkomen, omdat bepaalde kenmerken bijvoorbeeld minder ontwikkeld zijn dan anderen. Het is daarom belangrijk om altijd een afspraak bij de huisarts te maken zodat men doorgestuurd kan worden en er een beter beeld geschetst kan worden.

Tot slot

Uiteindelijk gaat het bij zowel kinderen als volwassenen om het creëren van een duidelijk beeld om uit te zoeken of er inderdaad sprake is van dyscalculie. Verdere diagnose en behandeling loopt over het algemeen via een psycholoog die samen met de patiënt een plan opstelt om te zorgen dat de kenmerken en obstakels van dyscalculie zo goed mogelijk behandeld worden. Dyscalculie is uiteindelijk voor de rest van het leven maar het is mogelijk voor kinderen en volwassenen om steeds meer technieken aan te leren die helpen om de grootste obstakels te overwinnen.

Dit biedt nieuwe kansen voor de eigen carrière en zorgt dat er ook voor mensen met dyscalculie gewoon een goede toekomst mogelijk is. Daarbij biedt een goede omgeving waarin mensen voorkomen die kunnen helpen bij het opbouwen van een betere eigenwaarde en een goed zelfvertrouwen altijd een goede basis voor iemand met dyscalculie. Uiteindelijk zijn mensen met dyscalculie niet dom maar moeten zij zich vooral focussen op de sterktes die zij op andere vlakken hebben.

 

zobegaafd
De Zobegaafd.nl redactie is dag in dag uit bezig met het schrijven van nieuwe kwalitatieve en informatieve artikelen om de website verder te verrijken met nuttige informatie. Objectiviteit en kwaliteit zijn de belangrijkste pijlers van de redactie en zijn ook dagelijks bezig met het updaten van bestaande artikelen om op die manier de correctheid van de artikelen te waarborgen.

1 REACTIE

  1. Het artikel over dyscalculie was voor mij waardevol te lezen. Herkenning van symptomen en bevestiging wat ik al jaren gekscherend roep over mijzelf, maar het onvermogen een start te maken omdat het inzicht ontbreekt en uitleg niet kan beklijven. Machteloosheid vanwege ongeduldige uitleg omdat de rekensom eender is als de vorige som die reeds tot huilend toe werd uitgelegd net als vorige week trouwens. Prestatiedruk + groeps dynamiek je sociaal aanzien je plaats in het geheel. Klasgenootjes zien en horen jou worstelen met de stof waar het hen zonder noemenswaardige hinder voorspoedig gaat. een gestagneerd /geblokkeerd denkvermogen. Afin als volwassene kan ik prima mee komen zonder rekenvaardigheid maar het kind in mij heeft heel veel te verduren gehad op de basis school. Dat een laag zelfbeeld hier kan ontkiemen klinkt volkomen logisch maar ikzelf had dat nog niet bedacht en schade anders wel gebagatelliseerd. Bedankt voor de heldere beschrijving. Opmerkelijk vind ik het wel dat dit onder de stoornissen wordt geschaard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in