Dyscalculie

Dyscalculie

Letterlijk genomen betekent dyscalculie het volgende: niet of slecht kunnen rekenen. De rekenproblemen worden – net als bij dyslexie – niet veroorzaakt door een gebrek aan intelligentie of door te weinig onderwijs. De rekenproblemen staan dus niet in verhouding met wat deze persoon presteert op andere gebieden van onderwijs. Andere vakken kunnen hierdoor goed worden afgesloten, maar vakken als wiskunde en rekenen zorgen voor grote problemen.

Wat houdt dyscalculie precies in?

Dyscalculie komt vooral voor onder kinderen in het onderwijs. Deze kinderen kunnen goed scoren op alle vakken en hebben geen moeite met het niveau van het onderwijs. Dyscalculie veroorzaakt echter problemen op het gebied van rekenen en wiskunde. Deze problemen zorgen ervoor dat de kinderen moeite hebben met het automatiseren van rekensommen, getallen op de juiste plaats zetten en het onthouden van de rekenregels.

Het grote nadeel van dyscalculie is dat kinderen weinig voortgang (kunnen) boeken op het gebied van rekenen. Ondanks veel oefenen wordt er vaak weinig tot geen voortgang geboekt. Kinderen met dyscalculie hebben bovendien vaak moeite met ruimtelijk inzicht, klokkijken en beschikken in de meeste gevallen niet over een sterk geheugen.

Dyscalculie of rekenproblemen?

Het is belangrijk om goed onderscheid te maken tussen gewone rekenproblemen en dyscalculie. Normale rekenproblemen ontstaan namelijk bij nagenoeg alle kinderen, maar in de meeste gevallen worden deze automatisch opgelost. Zodra het inzicht van het kind toeneemt zullen veel van de rekenproblemen opgelost worden.

Bij dyscalculie is dit echter niet het geval. Hier is er – ondanks veel oefenen – weinig voortgang te zien en blijven de problemen bestaan. De rekenproblemen in het geval van dyscalculie komen in verschillende vormen. De 3 meest voorkomende problemen zijn: cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten, moeite met het lezen en opschrijven van getallen en het niet kunnen beheersen van de rekenregels.

Kenmerken van dyscalculie

Het is van belang om dyscalculie zo snel mogelijk te ontdekken. Op deze manier kan er een passende oplossing worden gezocht en kan de school meteen worden ingelicht. Kinderen met dyscalculie kunnen namelijk niet dezelfde rekensommen en opdrachten maken als andere kinderen in dezelfde klas. Het is daarom beter om passende opdrachten voor kinderen met dyscalculie te gebruiken.

We hebben een aantal kenmerken op een rij gezet. Aangezien dyscalculie vaak al op jongere leeftijd zichtbaar is, gaat het om kenmerken in de categorie kleuters tot aan groep 3. Het kind hoeft zeker niet aan alle kenmerken te voldoen, maar hoe meer signalen, hoe duidelijk het natuurlijk is. Kijk dus goed even na of de volgende signalen herkenbaar zijn:

Kenmerken bij kleuters:

  • Moeite met het vergelijken van verschillende hoeveelheden.
  • Niet snel tot 10 kunnen tellen.
  • Het kind kan kleine hoeveelheden niet in één keer overzien.
  • Het kind heeft moeite met synchroon tellen (tegelijk tellen en aanwijzen) en resultatief tellen (bepalen van aantal voorwerpen).
  • Het kind heeft last van een zwakke ruimtelijke oriëntatie en een gebrekkig richtinggevoel.
  • Het kind kan vormen en kleuren niet snel benoemen.
  • Het kind vindt het moeilijk om constructies van blokken of lego na te bouwen.
  • Het kind heeft geen belangstelling voor puzzels en telactiviteiten.
  • Het kind heeft moeite met het begrijpen van rekentaal, rekenregels en symbolen.
  • Het kind heeft een zwak auditief geheugen.

Kenmerken vanaf groep 3:

  • Het overslaan van getallen bij het tellen.
  • Het kind heeft problemen met de plaats van getallen en heeft weinig inzicht in de opbouw van getallen.
  • Rekenen op basis van een schatting zorgt voor problemen.
  • Het kind vindt het moeilijk om getallen die ze hoort of denkt op te schrijven en maakt veel fouten in het correct lezen en schrijven van getallen. Als voorbeeld: getallen kunnen omkeren.
  • Het kind vindt het lastig om verschillende instructies te onthouden.
  • Het aanleren en automatiseren van getal- en volumebetekenissen gaat moeizaam. Sommige onderdelen blijven vervelende problemen opleveren, zoals lange sommen, de sprong over het tiental en de tafels in het geval van vermenigvuldiging.
  • Het kind gebruikt eenvoudige procedures. Bijvoorbeeld: het blijft op de vingers tellen in plaats van rekenen met tientallen.
  • Het kind heeft lang de tijd nodig bij het maken van berekeningen
  • Het kind pakt taken niet op een handige manier aan en maakt vervolgens veel fouten bij een stapsgewijze aanpak. Het volgen van een strategie levert ook verschillende problemen op.
  • Het kind vindt het moeilijk om de essentie van een taak te doorzien en legt geen verbanden met eerder opgedane kennis.
  • Het kind heeft een zwak kortetermijngeheugen en ook het langetermijngeheugen is minder goed gestructureerd.
  • Het kind kan emotionele problemen krijgen, zoals faalangst.
  • Het kind heeft geen interesse en zelfs een hekel aan rekenen.

De cijfers en feiten van dyscalculie op een rij

Dyscalculie komt in Nederland ongeveer even vaak voor als het bijna gelijknamige dyslexie. Het is daarom ook niet vreemd dat uit onderzoek is gebleken dat er een verband is tussen dyscalculie en dyslexie. Ook kunnen disharmonie in het IQ, problemen met aandacht en een gebrek aan ruimtelijk inzicht factoren zijn die het vloeiend rekenen kunnen beperken.

Ongeveer 10% van de kinderen heeft last van rekenproblemen. In de meeste gevallen worden deze problemen automatisch opgelost, maar in sommige gevallen blijven deze problemen bestaan. Uiteindelijk heeft 2% van de kinderen in Nederland dyscalculie. Aangezien de grens tussen rekenproblemen en dyscalculie zich in een grijs gebied bevindt, kan dit aantal nog iets afwijken. Jongens en meisjes hebben beide last van deze problemen. Het is dus niet zo dat jongens of juist meisjes er meer last van hebben.

Erfelijkheid speelt in het geval van dyscalculie ook een rol. Het is goed mogelijk dat het kind last kan krijgen/last heeft van dyscalculie als één van de ouders of andere familieleden hier ook last van hebben of vroeger last van hebben gehad. Toch is het geen allesbepalende factor.

Dyscalculie komt meer voor bij kinderen die zijn geboren met een laag gewicht of in het geval van een vroeggeboorte. Alcoholgebruik van de moeder tijdens de zwangerschap speelt ook zeker een rol. Deze factoren kunnen dus invloed hebben op het krijgen van dyscalculie bij het kind.

Tot slot

Veel kinderen hebben last van kleine tot grote rekenproblemen. Het hoeft daarom ook zeker niet zo te zijn dat uw kind dyscalculie heeft. Het is wel van belang om goed uit te zoeken waar de problemen precies vandaan komen. Op deze manier kan er een passende oplossing worden gezocht en kan het probleem zo snel mogelijk worden aangepakt. Kijk daarom goed of de kenmerken die wij hebben genoemd herkenbaar zijn in het vertoonde gedrag van uw kind.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here