Evolutie

De evolutie van de mens

Iedereen vraagt zich wel eens af waar wij als mensen nu eigenlijk vandaan komen. We waren er immers niet altijd en zijn ooit ter wereld gekomen. Tegenwoordig wordt er elke dag wel ergens een baby geboren en lopen we met miljoenen mensen op deze aardbol rond. Maar waar begon het? Daar zijn verschillende theorieën voor. Sommige mensen zullen het bijvoorbeeld verklaren vanuit een bepaalde religie. Zo zouden we geschapen zijn door God volgens de christelijke leer en geloven ook de moslims dat de aarde geschapen is door Allah. En ook binnen het hindoeïsme zijn er wellicht meerdere goden, maar er zou een echte God zijn die het leven heeft geschapen. Echter is er een groot deel van de bevolking die het ontstaan van de mens verklaart vanuit de evolutie. Hier lees je waar de evolutie theorie vandaan komt, wat het precies in houdt en waarom het zo populair is geworden.

Wat is evolutie?

Evolutie is een geleidelijke ontwikkeling binnen bepaalde soorten door middel van natuurlijke selectie. Het was Darwin die deze theorie in de 19e eeuw groots de wereld in bracht met zijn boek over het ontstaan van soorten. Evolutie is gebaseerd op het idee dat een soort bepaalde genen heeft met erfelijke eigenschappen. Door mutatie kan er een verandering optreden binnen een gen, waardoor deze nieuwe eigenschappen krijgt bij een nakomeling van een bepaald soort. Hierbij kun je denken aan een baby die een combinatie van genen krijgt van de ouders. Hierbij zijn bepaalde eigenschappen dominant, zoals bijvoorbeeld het gen voor bruine ogen of een getinte huidskleur. Dit proces heet natuurlijke selectie, waarbij bepaalde eigenschappen sterker zijn en meer kans hebben om te overleven en zelfs een geheel nieuwe soort kunnen worden.

Evoluties is als ware een voortdurende ontwikkeling en ook een verklaring voor het ontstaan van het leven op aarde. Zo zie je bijvoorbeeld in een natuurmuseum vaak een rijtje apen van heel gebogen tot steeds rechter op staand afgebeeld en daaruit zou volgens de evolutie dan uiteindelijk de mens zijn ontstaan.

Mutatie en erfelijkheid

Niet alleen Darwin heeft jarenlang onderzoek verricht naar de evolutietheorie, ook Alfred Russel Wallace was onafhankelijk op hetzelfde idee gekomen. Echter kent iedereen de naam van Darwin, omdat hij een boek heeft geschreven over zijn bevindingen. Hierin vertelt hij dat evolutie een combinatie is van variatie, overvloedige productie van nakomelingen en natuurlijke selectie, waarbij de sterkste variatie overblijft. Dit proces gebeurd door middel van erfelijkheid. Elke soort heeft genen met bepaalde informatie. Deze genen worden gevormd door DNA. Door middel van mutatie kan de volgorde binnen een DNA molecuul veranderen, zodat hierdoor ook de informatie op een bepaald gen veranderd. Deze mutatie gebeurt willekeurig en zorgt voor nieuwe variaties. Natuurlijke selectie bepaalt vervolgens welke van deze nieuwe variaties overleven en zich verder verspreiden en welke van deze variaties zwakker zijn en dus verdwijnen. Dit gebeurt onwillekeurig.

Natuurlijke selectie

Natuurlijk selectie houdt letterlijk in dat de sterkste overwint. Degene met de meest voordelige eigenschappen zou daarmee namelijk beter voor nakomelingen zorgen en maken dat deze zich ook kunnen aanpassen aan de omgeving. Bovendien worden deze goede eigenschappen dan ook weer overgedragen aan de rest van de populatie, waardoor ook zij zich beter aan de omgeving kunnen aanpassen. Zo kan de omgeving bijvoorbeeld veranderen door de klimaatverandering. Stel er leeft een kudde herten heerlijk in een zeer vruchtbaar bos. Dan wordt het steeds droger en de meertjes en waterbronnen in het bos drogen uit en ook de bomen verdorren. Ze moeten verder trekken naar meer waterrijke gebieden. Niet elk hertje zal dit halen. De een heeft wellicht een zwak pootje en een ander kan de kudde niet bijhouden. Weer een ander is bijvoorbeeld veel te snel afgeleid en verdwaalt. Op deze manier zullen bepaalde hertjes de tocht niet overleven, omdat ze toevallig natuurlijk geselecteerd zijn met een bepaald kwaaltje.

Geschiedenis van de evolutie

Al 450 miljoen jaar geleden bestonden er bepaalde landplanten en dateren gevonden fossielen van insecten van zo een 400 jaar geleden. Uit deze fossielen kon men veel kennis halen over hoe bepaalde dieren eruit zagen in die tijd. Fossielen zijn namelijk overblijfselen of sporen van leven welke bewaard zijn in gesteentelagen. Door deze te bestuderen vond men de verschillen tussen diersoorten door de jaren heen.

Vervolgens zijn er in het water de eerste gewervelde dieren ontstaan, waarvan een deel het land is opgegaan. Alhoewel er in het begin van deze verandering nog water nodig was voor de voortplanting is dit door middel van amnion niet meer nodig en heeft zo een 330 miljoen jaar geleden het zoogdier zich ontwikkeld. Amnion is een vruchtvlies, waarin een embryo zich kan ontwikkelen.

Ontdekkingen in de wetenschap

Jarenlang heeft Charles Darwin de ontwikkeling van bepaalde soorten onderzocht. Het fascineerde hem dat een populatie vaak vrijwel dezelfde grote blijft houden, terwijl er nieuwe soorten bijkomen. Dit verklaarde hij met natuurlijke selectie, waarbij het sterkere soort overleefd en de zwakkere verdwijnt. Uiteindelijk krijg je op deze manier steeds meer dieren en planten met gunstige eigenschappen, omdat deze steeds vaker als sterkste uit de bus komen tijdens de natuurlijke selectie. Op een gegeven moment kunnen er zelfs weer nieuwe soorten ontwikkelen. Door middel van de theorie van Darwin en Wallace is de theorie van de evolutie aan het einde van de negentiende eeuw leidend geworden in de wetenschap. Bovendien is in het begin van de twintigste eeuw een moderne synthese geweest tussen de evolutiebiologie en de genetica, denk bij het laatste aan de wetten die erfelijkheid verklaren. Beide stromingen konden de evolutie nu verklaren. Daarnaast zijn er vandaag de dag nog steeds nieuwe ontdekkingen wat de evolutie betreft, zoals bijvoorbeeld in de sociobiologie.

Wie was Darwin?

Wie was nu eigenlijk Charles Darwin, die zoveel teweeg heeft gebracht met zijn evolutie theorie. Darwin groeide op in Engeland en werd gelovig opgevoed. Toentertijd was de filosofie en de theologie zo ingericht dat het religie en wetenschap zou verenigen. Al vroeg was de jonge Darwin een grote verzamelaar van natuurlijke objecten en verzamelde hij bijvoorbeeld schelpen en stenen. Het was dan ook niet gek dat Darwin later tijdens zijn verre reizen naar Australië en Zuid-Amerika allerlei gegevens en voorwerpen verzamelde en mee nam, zoals fossielen. Ter plekke was hij erg geïnteresseerd in de verschillende diersoorten en planten. Naar aanleiding van zijn vondsten hierin begon hij een grootschalig onderzoek naar het ontstaan van soorten. Hierbij begon hij te twijfelen aan zijn opvoeding en geloof. Uiteindelijk leidde zijn werk tot een baanbrekende theorie, waarin in de mens dus niet meer boven het dier staat, maar zelf ook een diersoort is. Dit werd dan ook niet gelijk geaccepteerd en ook binnen zijn vriendenkring, die veelal ruimdenkend waren, stuitte Darwin wel op verzet. Zijn theorie zou immers de sociale orde aantasten. Het duurde dus ook nog wel even voor hij zijn ideeën met de wereld zou delen. Hij heeft jaren lang onderzoek verricht en in het geheim aan zijn speculaties over mutaties gewerkt.

De harde werker

Al dat harde werken van Charles Darwin kan natuurlijk niet goed zijn voor de gezondheid en op een gegeven moment moest hij rust nemen bij zijn oom en tante op het platteland. Toch vond hij hier ook weer allerlei natuurlijke fenomenen die hem boeiden, zoals de regenwormen die volgens hem bijdroegen aan de bodemvorming. Ook werd hij hier verliefd op zijn toekomstige vrouw Emma Wedgwood. Dat huwelijk liet nog even op zich wachten want Darwin was helemaal vol van zijn ontdekkingen over de overleving van de sterkste en hoe dit groepen in de samenleving in evenwicht houdt. Uiteindelijk zijn de twee getrouwd, echter daar Emma christelijk was opgevoed heeft ze de ideeën van haar man nooit kunnen accepteren. Ondertussen bleef Darwin zich vaak zwak voelen en bleef hij last houden van maagpijn en hartkloppingen. Zo kon hij niet vaak deelnemen aan debatten en heeft hij zijn ideeën voornamelijk schriftelijk gecommuniceerd.

Wat maakt de evolutietheorie zo populair?

Waarom namen zoveel wetenschappers de evolutietheorie eind negentiende eeuw aan als waarheid? Hier zijn een aantal verklaringen en aanwijzingen voor te vinden. Allereerst natuurlijk de eerdergenoemde fossielen. Deze vertellen heel veel over hoe soorten vroeger verandert zijn. Het is een erg goede graadmeter geweest om bepaalde rassen over een groot aantal jaren op een tijdbalk te krijgen en zo daadwerkelijk de levensloop van rassen te kunnen onderscheiden. Daarnaast is evolutie een goede verklaring voor de verscheidenheid van beesten op de verschillende continenten. Waarom in het ene gebied wel beren en in een ander gebied niet. Het klimaat en de overlevingseigenschappen hebben hier volgens de evolutie een grote rol in.

Nog meer feitjes voor de evolutietheorie

Ook de natuurlijke selectie die je waar kan nemen in bijvoorbeeld een laboratorium of in de natuur spreken vaak voor zich. Ze zijn vaak erg logisch. Daarnaast is iedereen zich bewust van alle verschillende diersoorten die er op de aarde bestaan. Dat is waar te nemen en dus een feit. Middels evolutie is de vorming van deze verschillende soorten te verklaren. Ook het kunstmatig selecteren heeft er voor gezorgd dat de evolutie als ware toepasbaar is op soorten met een beetje hulp van de mens. Het evolutieproces lijkt dus echt te werken.

Van levenloze cellen tot levensvatbare soorten

Waar en hoe het leven is ontstaan is niet helemaal duidelijk. Wel zijn er verschillende veronderstellingen voor. Zo vertelt de evolutietheorie dat al het leven op aarde dezelfde basisstructuur heeft, waardoor al het leven op aarde uit een gemeenschappelijke voorouder voort kan stromen. Toch was het leven er niet altijd. De evolutietheorie is een mogelijke verklaring van hoe er leven is ontstaan uit levenloze cellen. Door middel van bepaald soort cellen en bacteriën konden lange DNA ketens zich ontwikkelen. Zo begon als ware de evolutie en ontwikkelden zich de eerste soorten.

Natuurlijke selectie versus kunstmatige selectie

Met de kennis van de evolutie en het uitvinden welke cellen bepaalde eigenschappen tot stand brengen kan er met de hedendaagse wetenschap natuurlijk enorm veel geëxperimenteerd worden. Met natuurlijke selectie is het immers een kwestie van de sterkste die wint. Dit vaak met positieve gevolgen voor de natuur, waar het zich in bevindt. Bij kunstmatige selectie komen mensen in beeld, die zelf bepalen welke eigenschappen ze van een bepaalde soort in een andere soort willen laten overheersen. Hierbij kiest de mens natuurlijk vanuit zijn of haar eigen voordeel.

Evolutie bij dieren

De evolutie bij de dieren wordt gekenmerkt door de Cambrische Explosie. Ongeveer 350 miljoen jaar geleden kwamen er vele dieren binnen het dierenrijk met een wervelkolom met poten en een kop met zintuigelijke eigenschappen. Rond 550 miljoen jaar geleden was er ook al leven aanwezig, maar dit waren simpele diersoorten, zoals vissen. Deze beesten met harde skeletten bleven veel makkelijker als fossiel bewaard. Daardoor kon men duidelijk deze verandering binnen de diersoorten waarnemen en wordt deze plotselinge verscheidenheid de Cambrische explosie genoemd. Door middel van deze ontdekking werd de evolutie binnen de diersoorten duidelijker. Zo zag men de verandering van vissen naar amfibieën en vervolgens landdieren. Amfibieën zijn dieren die zowel op het land als in het water kunnen leven. Vanuit deze amfibieën kwamen ongeveer 300 jaar geleden de reptielen voort. Reptielen kunnen hun eieren op het land leggen en zijn niet meer beslist afhankelijk van water. Het duurde vervolgens niet lang meer of de welbekende dinosauriërs sierden bepaalde gebieden op aarde en kunnen bestempeld worden als de voorouders van de zoogdieren. Uiteindelijk stierven de dinosauriërs op het land uit en bleven de vogels zich nog verder ontwikkelen. De zoogdieren kregen zo ruim baan om verschillende soorten en groepen voort te brengen.

Evolutie bij mensen

Iedereen kent de bekende plaatjes waarin je een aap langzaamaan in een mens ziet veranderen. Deze afbeeldingen zijn gebaseerd op het idee dat de mens afstamt van de aap. Net als mensen zijn apen namelijk ook hominiden, oftewel het geslacht homo. Homo is de Latijnse benaming voor persoon. Naar dit proces, waar de mens uit de aap zou voortgekomen zijn, is uit allerlei verschillende wetenschappelijk hoeken onderzoek gedaan. Onder andere vanuit de antropologie, de genetica en de biologie. Wederom met behulp van fossielen ontdekten wetenschappers het ontstaan van neanderthalers, een menssoort dat in vroegere tijden zou hebben bestaan. Zoals we al merkte bij de evolutie speelt wederom de klimaatverandering een belangrijke rol in het ontstaan van de mens. Hieronder lezen we wat voor invloed deze ontwikkeling had.

Invloed van de klimaatverandering op de ontwikkeling van de mens

In Afrikaanse gebieden zijn sporen van menselijk DNA gevonden en wanneer we er van uitgaan dat onze voorouders daar leefden kunnen we de volgende ontwikkeling ontdekken. Ongeveer 1,6 miljoen jaar geleden kwamen de savannes aardig droog te liggen. Er moest actief gejaagd worden en daarbij moest men hard rennen tussen vaak ver uit elkaar gelegen plekken. Dit zorgde voor de nodige veranderingen binnen de voorouders van ons menssoort. Zo zou de menselijke huid tijdens deze periode ontstaan zijn. De haren verdwenen, waardoor zweet direct op de huid kwam in plaats van via de haren. Hierdoor moest de huid steviger worden, doordat het immers ook bescherming moest bieden voor de UV stralen. Daarnaast hebben de voorouders een slanker lichaam gekregen met lange benen, zodat ze zich snel en gemakkelijk voort konden bewegen over die lange afstanden. De tijden dat de bomen nog woonplaatsen waren voor onze voorouders was nu voorbij, wat je merkte aan het feit dat men in deze tijd rechter op ging lopen.

Waar kwam de vroege mens vandaan?

Hoewel er nog steeds discussie heerst waar de vroege moderne mens ontstond, is er wel het een en ander te suggereren. Zo is er DNA onderzoek geweest dat laat zien dat de eerste vroege moderne mens in Afrika zou zijn ontstaan. En ook heel recent zijn er nog onderzoeken gepubliceerd over menselijke resten, die gevonden zijn in Afrika en dateren van zo een 300.000 jaar geleden. Vanuit Afrika zou de mens verder naar het Midden-Oosten zijn verspreid en vervolgens naar Azië, waar de denisovamens vervolgens uitstierf. Toen de mens in Europa kwam stierven de neanderthalers uit, echter is er nog wel het een en ander erfelijke uitgewisseld, waardoor een aantal mensen in Europa dus nog van de neanderthalers afstammen. En deze samensmelting had weer een positief effect op het immuunsysteem van de mens.

Het verschil tussen mens en dier

Dan vraagt men zich natuurlijk af wat nu het verschil tussen de mens en het dier is. Ook hier valt nog veel over te twisten, maar een feit is natuurlijk dat de mens een groot brein in het hoofd heeft, waarmee het dingen waarneemt, observeert en daarmee logisch kan nadenken en tot bepaalde foefjes kan komen. Zoals bijvoorbeeld het uitvinden van bepaalde gereedschappen die het leven makkelijker kunnen maken. Daarnaast denkt de mens ook veel na over het leven en heeft het de taal ontwikkelt. Gedurende de jaren zou namelijk de hersenmassa en dus de intelligentie toegenomen zijn en daarmee heeft de evolutie van de taal zich kunnen ontwikkelen.

De evolutie gaat door

Ook wij mensen passen ons nog steeds aan in diverse weersomstandigheden. Wanneer het koud is dragen we bijvoorbeeld extra kleding. Dit maakt dat onze huid en ons lichaam zich niet meer hoeft aan te passen aan het klimaat en dus vrij stabiel blijft. Wij zorgen immers zelf wel dat het warm wordt, door middel van een grote laag kleding. Ook tegen bepaalde ziektes leert het lichaam zich aan te passen. Bijvoorbeeld in stedelijke gebieden zou je meer weerstand opbouwen tegen bijvoorbeeld heersende ziektes als tuberculose. En op het platteland zal je waarschijnlijk meer weerstand krijgen tegen heftige weersomstandigheden.

De evolutiebiologie

Ook vandaag de dag wordt er nog volop studie gemaakt van evolutie. Het blijft immers interessant en het is een groot iets om op een onderzoek toe te passen. Het is altijd tof om een theorie te testen op waarheid en vooral met de evolutietheorie wordt daar natuurlijk graag gebruik van gemaakt. Zo worden er af en toe nog steeds vondsten van oude fossielen gedaan en deze mogen natuurlijk aan een diep onderzoek geworpen worden. Laag voor laag wordt vervolgens onderzocht om er zo achter te komen uit welke tijd het soort dat in de fossiel is opgeslagen afstamt. Ook worden vervolgens uitgezocht binnen welke groep deze soort leeft. Kortom, in de evolutiebiologie worden er allerlei soorten en hun afscheidingen uitgezocht en is een paradijs voor wetenschappers op dit gebied.

Vorderingen in het genetische onderzoek

Ook het genetisch onderzoek heeft niet stil gestaan en in de jaren vijftig en zestig van de afgelopen eeuw is geven de onderzoekers genetische drift een grote rol in de evolutie en dus niet alleen natuurlijke selectie. Genetische drift komt voor tijdens de voortplanting en bepaalt de invloed van bepaalde genen op basis van toeval. In de jaren tachtig kwamen er steeds meer verslagen over het DNA. Met behulp van DNA kon bijvoorbeeld een bepaald verwantschap tussen soorten verklaard worden. Zo is men er ook achter gekomen dat niet alleen voorouders invloed op de genen hebben, maar ook de uitwisseling tussen genen binnen twee verschillende mensen of organismen. Dit wordt horizontale gen overdracht genoemd. Dit gaat bijvoorbeeld op tussen een man en een vouw uit twee verschillende familierelaties, die samen bijvoorbeeld een kind voortbrengen. Voor de wetenschap bracht dit ook grote vooruitgang in de genetische manipulatie.

Wat betekenen nieuwe onderzoeken voor de evolutietheorie?

Zoals vaak met wetenschappelijk theorieën het geval is zijn ze vaak aan veranderingen onderhevig. Ander onderzoekers of wetenschappers bouwen immers weer voort op een bestaande theorie en kijken daarbij naar de haken en ogen om vervolgens tot een nieuwe hypothese en conclusie te komen. Ook het genetische onderzoek, waarin een steeds prominentere functie aan de horizontale gen overdracht wordt toegekend heeft een grote invloed op de evolutietheorie. Deze krijgt zo een neodarwinistische naam. Vroeger kon deze vorm van gen overdracht ook nog niet veel voorkomen, want er waren minder mensen en deze waren immers vaak allemaal wel ergens familie van elkaar. Inmiddels zijn er zo veel familietakken dat horizontale gen overdracht dus mogelijk is.

Verzet tegen de evolutietheorie

Uiteraard is er ook veel verzet geweest tegen de evolutietheorie. Het is immers een regelrechte inbreuk op het scheppingsverhaal dat vele religies geloven. Hierin zouden mens en dieren geschapen zijn en niet zomaar uit een celletje van een voorganger gesplitst zijn. En zo zijn er meer argumenten tegen de evolutietheorie te noemen die door wetenschappers vaak ook weer gelijk weerlegd kunnen worden. Zo noemt men bijvoorbeeld het feit dat de evolutietheorie een theorie is, en dus een geheel van denkbeelden en hypotheses van bepaalde personen. Echter is hier tegen in te brengen dat deze personen vaak onafhankelijke wetenschapper waren, die allemaal op deze ideeën kwamen. Soms kwamen zij bijvoorbeeld ook nog uit verschillende vakgebieden. Doordat er zoveel onafhankelijke wetenschappers de theorie kunnen onderbouwen kan eigenlijk gezegd worden dat de theorie zelf wel moet kloppen, omdat er zoveel bewijs voor is gevonden. Natuurlijk zijn er altijd details die nog meer uitgepluisd kunnen worden, maar dit heeft vaak een kleine toevoeging aan het bestaande idee tot gevolg.

Nog meer argumenten tegen de evolutietheorie

Je zou zeggen dat wanneer de sterkste binnen de evolutie wint de soorten er dus alleen maar op vooruit zouden gaan en levensvormen dus geleidelijk verbeteren. Echter zoals we eerder konden lezen heeft de evolutie niet een bepaald doel, de natuurlijke selectie gebeurt willekeurig. Ook het idee dat de mens van apen zou afstammen is voor velen maar moeilijk te vatten. Vanuit de evolutie wordt vervolgens als tegen bewering gegeven dat dit niet precies zo gezegd moet worden, maar eigenlijk als volgt: de mens en de aap hebben gemeenschappelijk voorouders. En dit maakt dat die voorouder er zowel een beetje aap- als mensachtig heeft uitgezien. Een kleine aanvulling op het feit dat in de evolutie de sterkste overwint is de aanname dat dit gebeurt met invloed van de leefomgeving. Immers is de sterkste binnen de evolutie diegene die zich het best aan kan passen aan de leefomgeving. Uiteraard betekent dit niet dat de sterke de zwakkere niet kan helpen, de evolutietheorie is een neutraal iets en zal dit dus niet goed- of afkeuren.

Sceptici

Toch blijven er ook mensen sceptisch tegen de evolutietheorie aankijken. Het klinkt immers zo simpel, door kleine aanpassingen en natuurlijke selectie kunnen nieuwe soorten ontstaan. Maar hoe kunnen die soorten zulke ingewikkelde organen en levenssystemen hebben, waar zo veel over nagedacht lijkt te zijn. Onze ogen bijvoorbeeld zijn zo gedetailleerd en fantastisch opgezet dat er mensen zijn die toch bij het idee blijven dat zoiets bedacht en geschapen zou moeten zijn. Ook zijn er mensen die bijvoorbeeld religie en evolutie combineren. De theorie verklaart bijvoorbeeld wel hoe mensen zich voortplanten en stukjes van zichzelf overdragen aan het nageslacht. Zoals je merkt blijft de evolutie altijd aan grote discussie onderhevig, maar zeker is dat het een grote invloed heeft gehad in de wetenschap en de verklaring voor het leven. Een vraag die velen boeit en waar velen met passie in kunnen duiken.

Tot slot

Je hebt kunnen lezen hoe groots de evolutietheorie is en wat voor wetenschappelijke gevolgen het allemaal heeft. Er zijn dan ook nog talloze boeken over te lezen en menigmaal zal je er wellicht een discussie over kunnen voeren met vrienden of familie. Het is daarom niet verkeerd om er eens het een en ander over te lezen, zodat je jouw argumenten in ieder geval goed en wetenschappelijk kunt onderbouwen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here