De gevaren van Methylfenidaat

ADHD medicijnen zijn vaak een laatste redmiddel van ouders om hun kind met ADHD een leefbaar leven te geven. Iedere ouder zal instinctief het toedienen van medicijnen aan het kind zo lang mogelijk proberen uit te stellen, maar soms kan het echt niet anders. Dan heeft je kind zoveel problemen in het dagelijkse leven dat, vaak uit een gevoel van onmacht, maar besloten moet worden dat ‘het zo niet langer kan’.

De werking van medicatie bij ADHD

Maar medicijnen kunnen ADHD nooit helemaal genezen. De exacte oorzaak van ADHD is nog steeds niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk ligt het probleem bij de communicatie tussen hersengebieden. Signalen tussen hersencellen worden doorgegeven door zogeheten neurotransmitters.

Medicijnen, die worden voorgeschreven voor de behandeling van ADHD, zijn stimulantia (van het centrale zenuwstelsel). Ze verhogen de beschikbaarheid van verschillende neurotransmitters in het brein, wat de hersenactiviteit verhoogt. Dat stimulantia een kind met ADHD juist rustiger maken, doet vermoeden dat het probleem bij de receptoren zit.

Juist het behouden van aandacht, plannen en het onderdrukken van prikkels (oftewel typisch de zaken die bij ADHD vaak minder goed gaan) worden geregeld in de voorste hersenkwabben. Om die reden zijn medicijnen, die voorgeschreven worden bij ADHD, slechts bedoeld om de klachten zodanig te verminderen om het kind toegankelijker te maken voor een aangepaste opvoeding, therapie of training.

Met andere woorden: zonder een lange termijn visie is het toedienen van medicijnen voor de behandeling van ADHD eigenlijk niet eens nuttig. Het probleem is dat er nog steeds te weinig kinderen (of hun ouders) een bepaalde gedragstraining hebben ondergaan. Ritalin, bijvoorbeeld, werd tot een aantal jaren geleden voorgeschreven alsof het een paracetamolletje, placebo of panacee is.

Als het werkt, blijft een patiënt het soms levenslang slikken, terwijl de bedoeling zou moeten zijn om het maar tijdelijk te slikken, waardoor een gedragstraining zoveel effect en resultaat zou moeten hebben dat na verloop van tijd zelfs gestopt zou moeten kunnen worden met de toediening van het medicijn.

De eerste meldingen van de gevaren

In februari 2007 maakte de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA) bekend dat zij de producenten van bepaalde ADHD-medicijnen had verplicht om hun bijsluiters zodanig aan te passen dat patiënten duidelijk zou worden gemaakt dat er bepaalde gevaren kleven aan het gebruik van deze medicijnen [1]. Het betrof hier immers vormen van amfetamine, zoals methylfenidaat (merknaam: Ritalin, Concerta, etc) en atomoxitine (merknaam: Strattera). Alle amfetamines zorgen, behalve voor verhoogde concentratie en tegengaan van slaap, ook voor een verhoogde hartslag en bloeddruk.

Er moest vanaf dat moment dus een serieuze afweging worden gemaakt dus tussen het voordeel (de afname van de ADHD-verschijnselen) en het nadeel (de toekomstige kans op bepaalde problemen) van het innemen.

Toch zijn de meeste wetenschappelijke studies, die daarna zijn uitgevoerd en gepubliceerd, tot de conclusie gekomen dat de kans op het krijgen van problemen met hart en bloedvaten zeer laag moet worden ingeschat [2].

Methylfenidaat en Zelfmoord?

Ook het gevaar op zelfmoord leek net vóór de start van een behandeling met methylfenidaat en net ná het begin daarvan iets verhoogd te zijn. Wetenschappers speculeren dat dit te maken kan hebben met de verhoogde stress of psychiatrische symptomen die getriggerd kunnen worden als gevolg van het artsenbezoek. Er lijkt dus geen direct verband te zijn tussen het gebruik van methylfenidaat en zelfmoord [3].

Methylfenidaat en Witte Stof in de hersenen

Recent zijn de resultaten van een Nederlandse studie bekendgemaakt. Als jongens slechts vier maanden methylfenidaat (Ritalin) geslikt hebben tegen de symptomen van ADHD, dan zijn er al negatieve effecten te ontdekken in de witte stof van de hersenen[4].

De witte stof kan gezien worden als de delen van het zenuwstelsel die verantwoordelijk zijn voor informatieoverdracht. Afwijkingen aan de witte stof leiden vooral tot motorische problemen, zoals moeite met lopen of niet meer goed kunnen denken of spreken. De effecten lijken ook afhankelijk te zijn van leeftijd, omdat de afwijkingen niet werden waargenomen in volwassenen die met methylfenidaat behandeld werden.

Resultaat: Minder Recepten (of Minder Patiënten)

Behandelaren en ouders zijn terughoudender geworden na berichten over de mogelijk negatieve langetermijngevolgen van methylfenidaat [5].

Jongeren van 6 tot 16 jaar zijn de grootste groep gebruikers van methylfenidaat. Binnen deze groep was de daling al vanaf 2015 ingezet. Dit is nadat de Gezondheidsraad in 2014 een advies publiceerde met als titel ‘ADHD: medicatie en maatschappij’ [6].

In dit rapport worden behandelaars opgeroepen een zorgstandaard voor de diagnose en behandeling van ADHD te ontwikkelen. Waarschijnlijk leidde dit advies tot meer terughoudendheid bij het voorschrijven van methylfenidaat bij jongeren. Zo daalde het aantal gebruikers van zes tot zestien jaar in 2015 met 2,5%. In totaal gebruikten 78.000 jongeren in deze leeftijdsgroep in 2018 methylfenidaat. In 2014 waren dat er nog 98.000 [7].

jonge gebruikers van methylfenidaat daalt
Het aantal jonge gebruikers van methylfenidaat daalt vanaf 2014. bron: sfk.nl [7]
Onder de overige leeftijdsgroepen neemt het aantal gebruikers niet alleen minder af, maar is de daling ook later ingezet. Het aantal gebruikers nam tot 2016 toe tot een maximum van 130.000 en nam daarna af met zo’n duizend per jaar.

overige leeftijden daling methylfenidaat
Het aantal gebruikers boven de 15 jaar van methylfenidaat daalt licht vanaf 2016. bron: sfk.nl [7]
Tot slot

Op basis van het teruglopend aantal gebruikers van methylfenidaat zou je misschien kunnen concluderen dat het aantal kinderen afneemt dat de diagnose ADHD heeft gekregen. Zouden behandelaars tot een paar jaar geleden iets te luchthartig de diagnose hebben gesteld of hebben – bijvoorbeeld – leerkrachten nu in toenemende mate weer te maken met ‘lastige’ leerlingen?

Het advies blijft om de nodige voorzichtigheid te betrachten bij het voorschrijven van methylfenidaat. Het is nog niet precies duidelijk wat alle gevolgen zijn op de lange termijn. Een interessante ontwikkeling van de laatste jaren is meditatie als behandelmethode voor ADHD. Dit klinkt als een gekke combinatie, maar de eerste onderzoeksresultaten zijn hoopgevend en misschien wel een veiliger alternatief op methylfenidaat.

Bronnen

  1. Ptcommunity.com. (2007, 22 februari). FDA Advises ADHD Drug Manufacturers to Create Patient Medication. Geraadpleegd op 30 september 2019, van https://www.ptcommunity.com/news/20070222/fda-advises-adhd-drug-manufacturers-create-patient-medication-guides
  2. Fay, T. B., & Alpert, M. A. (2019). Cardiovascular Effects of Drugs Used to Treat Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder Part 2. Cardiology in Review27(4), 173–178. https://doi.org/10.1097/CRD.0000000000000234
  3. Man, K. K. C., Coghill, D., Chan, E. W., Lau, W. C. Y., Hollis, C., Liddle, E., … Wong, I. C. K. (2017). Association of Risk of Suicide Attempts With Methylphenidate Treatment. JAMA Psychiatry74(10), 1048. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2017.2183
  4. Bouziane, C., Filatova, O. G., Schrantee, A., Caan, M. W. A., Vos, F. M., & Reneman, L. (2019). White Matter by Diffusion MRI Following Methylphenidate Treatment: A Randomized Control Trial in Males with Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder. Radiology293(1), 186–192. https://doi.org/10.1148/radiol.2019182528
  5. Nvvp.net. (2016, 22 augustus). Minder ADHD-kinderen aan de Ritalin. Geraadpleegd op 30 september 2019, van https://www.nvvp.net/cms/showpage.aspx?id=2712
  6. Gezondheidsraad.nl. (2014, 3 juli). ADHD: medicatie en maatschappij. Geraadpleegd op 30 september 2019, van https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2014/07/03/adhd-medicatie-en-maatschappij
  7. Sfk.nl. (2019, 25 januari). Sterkere daling aantal jonge gebruikers methylfenidaat. Geraadpleegd op 30 september 2019, van https://www.sfk.nl/publicaties/PW/2019/sterkere-daling-aantal-jonge-gebruikers-methylfenidaat
Fred de Vries
Fred de Vries noemt zich geen expert, maar kan beschouwd worden als een ‘onderzoeksjournalist’. Hij heeft boeken geschreven over een veelheid van onderwerpen. Zo is hij schrijver van ‘Storm in je Hoofd – Handboek PDD-NOS’ en schreef boeken over onderwerpen als ADHD, gevaarlijke planten, stevia, de cranberry, de duindoorn en chilipepers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in