Verband tussen anticonceptiepil en depressie?

Verband tussen anticonceptiepil en depressie

Een wetenschappelijke studie bekeek de gegevens van ongeveer 1000 tienermeisjes die orale anticonceptiepillen namen. De onderzoekers ontdekten dat degenen, die orale anticonceptiepillen gebruikten, een groter risico hadden op symptomen die verband hielden met depressie, dan degenen die ‘de pil’ niet slikten [1]. Een paar jaar later hadden diezelfde meisjes echter minder kans op huilbuien, eetproblemen en slaapproblemen.

Het (Nederlandse) onderzoek

De gegevens over de emotionele effecten van orale anticonceptiva zijn ontleend aan een onderzoek genaamd TRAILS, een afkorting van Tracking Adolescents’ Individual Lives Survey. Dit onderzoek volgde vanaf 2005 jonge Nederlandse vrouwen bijna tien jaar lang. Het belangrijkste doel van TRIALS was om meer kennis te vergaren over de oorzaken van een gunstige of minder gunstige ontwikkeling van pubers en jongvolwassenen.

In die periode maken ze immers grote veranderingen mee, zowel lichamelijk als psychisch. Dit beïnvloed de manier waarop ze met anderen omgaan en de manier waarop ze datgene wat ze meemaken ervaren en verwerken. In deze periode worden keuzes gemaakt en richtingen ingeslagen die van grote invloed kunnen zijn op iemands latere welzijn, gedrag en gezondheid.

Zo werd bijvoorbeeld ook onderzoek gedaan naar de effecten van de relatie van familie en vrienden op het latere functioneren van de jongvolwassene. Het hebben van goede, betekenisvolle relaties bleken een positieve invloed te hebben [2].

De ‘pil’ en depressiviteit

anticonceptiepil
Afbeelding van anticonceptiepil

In Nederland zijn de meeste vrouwen nog tiener als ze voor de eerste keer overwegen om met anticonceptie te beginnen. Veel meisjes blijken zich echter zorgen te maken over de ‘depressieve risico’s’ die het anticonceptiemiddel met zich meebrengt, zei onderzoeksleidster Anouk de Wit.

“Het is belangrijk om deze zorgen te bestuderen, omdat depressieve symptomen het welzijn en de therapietrouw kunnen beïnvloeden,” vertelde De Wit.

De resultaten van de studie leken er op te wijzen dat, wanneer vrouwen die anticonceptiepillen namen als één grote groep werden beschouwd, de symptomen die verband hielden met depressie niet als significant werden gezien. Toen onderzoekers de deelnemers echter in leeftijdgroepen indeelden, ontstonden er wel degelijk verschillen. Zo ontstond er enige bezorgdheid over de geestelijke gezondheid van 16-jarige meisjes die anticonceptiepillen gebruikten.

Beperkingen van het onderzoek

Het team achter het onderzoek wees zelf ook al op de beperkingen. In de eerste plaats werden de deelnemers aan de TRAILS-enquête niet gevraagd om te melden welke anticonceptiemiddelen zij gebruikten.

Bovendien geeft het aspect van zelfrapportage van de algehele enquête de deelnemers de kans dat er anekdotische verbanden gelegd kunnen worden tussen hun stemming en het gebruik van anticonceptie. De onderzoekers merkten ook op dat tienerjaren voor veel meiden lastig kunnen zijn, ongeacht of ze wel of geen orale anticonceptie gebruiken.

Conclusie

Hoewel oraal anticonceptiegebruik geen verband liet zien met depressieve symptomen wanneer alle leeftijdsgroepen werden gecombineerd, rapporteerden 16-jarige meisjes hogere scores voor depressieve symptomen bij het gebruik van orale anticonceptiva. Het in de gaten houden van depressieve symptomen bij adolescenten, die orale anticonceptiva gebruiken, is belangrijk, omdat het gebruik van orale anticonceptiva de kwaliteit van hun leven kan beïnvloeden en een risico kan vormen voor therapietrouw.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek was echter dat er geen oorzakelijk verband kon worden gelegd tussen het gebruik van de orale anticonceptiepil en (het ontstaan van) depressie. Bovendien verdwijnen de symptomen na verloop van tijd bij de meeste vrouwen.

Bronnen

  1. de Wit, A. E., Booij, S. H., Giltay, E. J., Joffe, H., Schoevers, R. A., & Oldehinkel, A. J. (2019). Association of Use of Oral Contraceptives With Depressive Symptoms Among Adolescents and Young Women. JAMA Psychiatry. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2019.2838
  2. Richards, J. S., Hartman, C. A., Jeronimus, B. F., Ormel, J., Reijneveld, S. A., Veenstra, R., … Oldehinkel, A. J. (2018). Beyond not bad or just okay: social predictors of young adults’ wellbeing and functioning (a TRAILS study). Psychological Medicine49(09), 1459–1469. https://doi.org/10.1017/S0033291718001976

 

Fred de Vries
Fred de Vries noemt zich geen expert, maar kan beschouwd worden als een ‘onderzoeksjournalist’. Hij heeft boeken geschreven over een veelheid van onderwerpen. Zo is hij schrijver van ‘Storm in je Hoofd – Handboek PDD-NOS’ en schreef boeken over onderwerpen als ADHD, gevaarlijke planten, stevia, de cranberry, de duindoorn en chilipepers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in