DCD

DCD

DCD is een coördinatie- en ontwikkelingsstoornis die erin resulteert dat men onvoldoende controle over bewegingen van het lichaam heeft. Dit kan vervelende problemen opleveren, omdat zelfs de gemakkelijkste taken zoals strikken van veters moeilijkheden met zich meebrengt. DCD komt bij een deel van de Nederlanders voor. Het komt bij mensen met DCD, en met name kinderen, voor dat zij aanzienlijk achterlopen in vergelijking met leeftijdsgenoten. Zo kunnen jonge kinderen pas later hun zwemdiploma halen doordat ze niet voldoende controle over het lichaam hebben om goed te kunnen zwemmen.

Wat is DCD?

Bij DCD spreken we van een lichamelijke beperking die erin resulteert dat men niet altijd voldoende controle over het eigen lichaam heeft. DCD staat voor “Developmental Coordination Disorder”, in het Nederlands betekent dat “coördinatie- en ontwikkelingsstoornis”. Vaak wordt DCD al op erg vroege leeftijd vastgesteld, omdat er al snel duidelijk is dat een kind geen controle heeft over bepaalde bewegingen die hij of zij maakt. Deze stoornis komt vaker voor bij mannen in vergelijking met vrouwen. Ongeveer 5 tot 6% van de mensen heeft hiermee te maken [1].

De motorische vaardigheden van een kind met DCD lopen al snel achter op dat van leeftijdsgenoten. Dit kan erg vervelend zijn, omdat zij daardoor vaak het gevoel hebben dat zij dommer zijn dan leeftijdsgenoten. Het is daarom aan de omgeving om te zorgen dat zij het kind bijstaan en zorgen dat deze niet te veel overlast ondervindt van het feit dat zij aan DCD lijden.

De kenmerken van DCD

De volgende kenmerken komen over het algemeen voor bij mensen die met DCD te maken krijgen. Het is aan ouders om goed op te letten of dit inderdaad bij het kind voorkomt, zodat er op vroege leeftijd al gestart kan worden met een traject om de achterloop in vergelijking met kinderen langzaam te overbruggen.

Aanleren en uitvoeren van bewegingen – de motorische vaardigheden van iemand met DCD lopen achter wat betreft niveau dat op deze leeftijd verwacht mag worden. Dit is vooral goed te vergelijken met andere leeftijdsgenootjes, welke vaak lichamelijk al bepaalde acties kunnen uitvoeren die kinderen met DCD niet kunnen. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat nog niet zijn of haar veters kan strikken terwijl de rest van de klas al het veterstrikdiploma heeft behaald. Het aanleren van deze vaardigheden is nodig om deze in het dagelijks leven te gebruiken en doordat kinderen achterlopen komen zij niet goed met leeftijdsgenoten mee.

Het kind heeft moeite tijdens het sporten – DCD is vooral te herkennen tijdens het sporten of wanneer kinderen een spelletje spelen. Doordat de motorische vaardigheden niet op het juiste niveau functioneren, kan een kind moeilijker meekomen tijdens het voetballen of wanneer de hele groep tikkertje speelt. Er is vaak al op vroege leeftijd goed in te schatten dat een kind inderdaad achterloop op leeftijdsgenoten, waardoor een diagnose snel gesteld kan worden.

Op jonge leeftijd zichtbare kenmerken – de kenmerken van DCD zijn specifiek op jonge leeftijd opvallend. Dit komt vanuit het feit dat vooral kinderen een snelle progressie qua motoriek maken. Het is op latere leeftijd niet raar dat iemand iets achterloopt, omdat de meeste volwassenen qua motoriek al goed functioneren. Bij kinderen ligt dat anders, omdat bepaalde acties zoals lopen of het strikken van veters al vanaf een bepaalde leeftijd normaal is.

Geen andere stoornissen – de kenmerken van DCD moeten het gevolg van DCD om daar een diagnose van te laten stellen. Dit houdt in dat de kenmerken niet het gevolg mogen zijn van een andere beperking, zoals een verstandelijke beperking of beperkt zicht van het kind. Het is belangrijk om dit te weten, want hierdoor kunnen ouders meer informatie verschaffen wanneer zij via de huisarts een diagnose willen laten stellen.

De diagnose van DCD

Wanneer er een diagnose van DCD moet worden vastgesteld, zal dit over het algemeen via de kinderrevalidatiearts verlopen. Zij kunnen op de juiste manier beoordelen in welke mate er sprake is van een achterstand op het gebied van motoriek bij een kind. Je kunt vaak via de huisarts een afspraak maken bij deze arts, zodat er op voorhand al wat meer duidelijk is over de mate van symptomen waar een kind mee te maken heeft. Zowel de huisarts als de kinderrevalidatiearts zullen onder andere letten op:

  • Of het kind niet soepel beweegt
  • Of er sprake is van onhandigheid
  • Of een kind vaak tegen dingen botst
  • Of het kind vaak spullen laat vallen
  • Of er veel moeite gedaan moet worden bij het gebruiken van bestek
  • Of het kind goed een bal kan vangen
  • Of het kind slecht schrijft of moeilijk kan leren schrijven
  • Of het kind tegen obstakels loopt tijdens het leren van nieuwe vaardigheden

Al deze punten zijn essentieel om te beoordelen voordat je naar een kinderrevalidatiearts gaat en een huisarts kan hier vaak al voldoende inzicht in geven. Zo weet je zeker dat de afspraak bij de revalidatiearts niet voor niets zal worden ingepland. Vaak heb je gedurende de dag ook al diverse symptomen gezien die bij het kind spelen, waardoor je ook zelf al een redelijk beeld hebt van het feit dat er mogelijk sprake is van DCD.

Tijdens de diagnoseprocedure worden er allerlei tests uitgevoerd die inzicht moeten geven of er sprake is van DCD bij een kind. Deze onderzoeken zijn gericht op bovenstaande kenmerken en symptomen, maar geven bijvoorbeeld ook uitsluiting op het feit of er wellicht sprake is van een andere aandoening. Zo worden er psychologische tests uitgevoerd om te kunnen uitsluiten dat er sprake is van een verstandelijke beperking. Dit is belangrijke informatie om te hebben, want daardoor kan de behandeling van DCD beter op het kind worden toegespitst. Indien er sprake is van een verstandelijke beperking, zal er een geheel andere behandeling nodig zijn.

Voordeel van het diagnosticeren van DCD

Het is allereerst prettig om te weten wat er precies met het kind aan de hand is. DCD is niets om je als ouder voor te schamen en dit geldt ook voor het kind. Het is een aandoening die bij ongeveer 1 op de 15 kinderen voorkomt, maar het is geen aandoening die voor de rest van het leven grote problemen hoeft op te leveren. Het voornaamste nadeel van DCD is dat het voor kinderen wat langer duurt voordat zij bepaalde bewegingen op de juiste manier kunnen uitvoeren. Maar na verloop van tijd zullen zij deze bewegingen nog steeds onder de knie krijgen. Zij zullen op latere leeftijd ook iets onhandiger zijn, maar dit is geen zware stoornis die voor grote problemen zal zorgen.

Een tweede voordeel van deze diagnose is het potentieel uitsluiten van andere aandoeningen en stoornissen. Zoals hierboven vermeld, zal er gedurende de procedure ook gekeken worden of er wellicht sprake is van iets buiten DCD om. Een kind met een verstandelijke beperking kan ook achterlopen op leeftijdsgenoten, dus het is belangrijk dat hier goed onderzoek naar wordt gedaan. Zo kan er uit de diagnose komen dat het kind inderdaad een verstandelijke beperking heeft, waardoor je dus ook gemakkelijker weer een beter behandelplan voor het kind kunt laten samenstellen.

Een laatste voordeel van de diagnose van DCD is dat je het kind actief kunt helpen om te verbeteren. Daarbij kun je de school inlichten zodat men in de omgeving van het kind goed weet wat er aan de hand is. Wellicht lijkt het voor docenten alsof een kind niet mee wil komen omdat hij of zij zich verveelt tijdens het sporten. Maar vaak is het feit dat zij niet mee willen doen aan sporten het gevolg van DCD – zij vinden het moeilijk om de juiste bewegingen te maken. Door docenten hierover in te lichten, kan er vanuit deze omgeving meer begrip worden getoond en kan het kind zichzelf hierdoor ook beter ontwikkelen.

Compensatiegedrag bemoeilijkt de diagnose

Het kan voor een kind lastig zijn om mee te gaan in de diagnose van DCD. Zij willen bijvoorbeeld niet actief deelnemen aan de activiteiten die meten of zij wel goed een bal kunnen vangen, omdat zij weten dat het hen niet lukt. Doordat zij zich lichtelijk schamen, hebben zij helemaal geen zin in het uitvoeren van deze activiteit. Als ouder kun je daarom het beste aanwezig zijn bij deze diagnose, zodat je het kind goed kunt uitleggen wat er gaat gebeuren en waarom het belangrijk is. Kinderen willen zichzelf dolgraag ontwikkelen, maar een aandoening zoals DCD maakt dit allemaal wat lastiger. Je kunt als ouder zorgen dat het compensatiegedrag afneemt door hen wat meer te leren over waarom zij daar zijn en waarom het belangrijk is dat zij aan de activiteiten deelnemen.

De oorzaak van DCD

DCD wordt veroorzaakt doordat de hersenen van een kind minder snel ontwikkelen dan dat van leeftijdsgenoten. Er is geen blauwdruk voor hoe snel de hersenen zich moeten ontwikkelen. Toch kan het bij het ene kind voorkomen dat de hersenen zich extreem snel ontwikkelen en dat het kind bijvoorbeeld sneller kan praten en lopen dan andere kinderen. Bij kinderen waarbij de hersenen minder snel ontwikkelen, zullen motorische vaardigheden ook wat langer uitblijven. Dit geldt dus ook voor kinderen met DCD.

Gevolgen van DCD

Net als bij de meeste andere lichamelijke stoornissen, zijn er een aantal gevolgen bij DCD waar kinderen mee te maken krijgen. Het is als ouder belangrijk om te leren hoe je deze gaten voor het kind zo goed mogelijk kunt opvullen. Kinderen die veel steun vanuit de omgeving krijgen zullen uiteindelijk ook sneller leren om hun motorische vaardigheden naar het niveau van leeftijdsgenoten te brengen.

Zo ga je om met DCD

Wanneer een kind DCD heeft, is het als ouder belangrijk om te begrijpen wat jij in die situatie het beste kunt doen. Uiteindelijk ben jij de grootste steun in deze situatie, want het kind kijkt naar jou op om te leren hoe zij bepaalde taken moeten uitvoeren. Zelfs wanneer zij zich wat slechter voelen richting leeftijdsgenoten omdat zij achterlopen, dien je er als ouder te zijn. Met de volgende stappen kun je het kind beter helpen.

Minder zelfstandig op jonge leeftijd

Kinderen die te maken hebben met DCD zullen op zeer jonge leeftijd aanzienlijk minder zelfstandig zijn. Als ouder dien je vaak actief in hun directe omgeving aanwezig te zijn om hen te helpen bij normale taken. Zij kunnen bijvoorbeeld minder goed spullen vasthouden, waardoor het drinken uit een glas wordt bemoeilijkt. Een alternatief is om hen pakjes drinken met een rietje te geven, zodat het niet uitmaakt wanneer zij hun drinken laten vallen. Daarbij zul je als ouder langer moeten assisteren bij taken zoals het strikken van veters, omdat kinderen daar simpelweg langer over doen om dat te leren.

Accepteer DCD

Als ouder dien je de situatie van het kind te accepteren. Het kost hen langer dan hun leeftijdsgenoten om mee te komen en dat is niet erg. Je hoeft je hier ook niet als ouder voor te schamen. Het komt tenslotte bij een deel van de kinderen voor. DCD is daarbij ook geen permanente stoornis, kinderen lopen enkele jaren wat achter op de ontwikkeling maar komen vanzelf weer bij. Het is goed om een diagnose te laten stellen zodat je zeker weet dat het kind hier last van heeft.

Goede begeleiding is het halve werk

Kinderen hebben op jonge leeftijd al goede begeleiding nodig, maar kinderen met DCD hebben nog net iets meer begeleiding nodig. Als ouder dien je te zorgen dat het kind niet snel tegen obstakels aanloopt. Gun hen de tijd om te leren hoe zij hun motoriek onder controle kunnen krijgen. Het heeft geen zin om boos of teleurgesteld te zijn wanneer zij er een dagje moeite mee hebben. Uiteindelijk kunnen kinderen steeds beter leren hoe zij bepaalde taken moeten uitvoeren en op deze manier toch meekomen met hun leeftijdsgenoten.

Licht de omgeving in

Het is niet alleen aan de ouder om het kind zo goed mogelijk te helpen. Begeleiders op de peuterspeelzaal en basisschool hebben ook een belangrijke rol. Door de omgeving in te lichten, wordt het voor iedereen in de omgeving duidelijker wat er aan de hand is. Zo kunnen begeleiders betere zorg dragen aan het kind en hen steeds verder helpen. Doordeweeks zijn kinderen vaak ruim 8 uur op school, dus daar spenderen zij vrijwel de helft van hun tijd. Door ook daar goede begeleiding te krijgen, maken zij al snel grote stappen.

Leer het kind de situatie te begrijpen

Kinderen hebben vaak moeite te begrijpen waarom zij achterlopen op hun leeftijdsgenoten. Je kunt als ouder een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een kind en daar komt ook bij kijken dat je hen inzicht geeft in wat er met hen aan de hand is. DCD is een stoornis die vanzelf opgelost wordt door het kind zodra zij een betere motoriek ontwikkelen. Het is helemaal niet erg dat zij wat achterlopen. Toch kunnen zij op school te maken hebben met pesterijen van leeftijdsgenoten die wel al bepaalde motorische vaardigheden ontwikkelen. Dit is op jonge leeftijd niet goed voor het zelfvertrouwen van het kind, dus ouders moeten hier goed op letten en extra zelfvertrouwen creëren voor het kind.

DCD behandelen

De behandeling van DCD begint over het algemeen bij de ouders. Zij moeten het kind op jonge leeftijd helpen om de motoriek te verbeteren. Daarbij kan er eventueel via de kinderrevalidatiearts gekeken worden of er aanvullende behandeling nodig is. In de meeste gevallen is dit niet nodig, omdat de ouders en de docenten al een grote rol kunnen spelen in de vooruitgang van de motorische vaardigheden. Uiteindelijk wil je als ouder zorgen dat je het kind iedere dag nieuwe inzichten geeft om hun motorische vaardigheden te verbeteren.

De juiste behandeling vinden

Wanneer je samen met het kind de kinderrevalidatiearts bezoekt, komt al snel naar voren wat er aan de hand is. De arts kan ook direct inzicht geven in een goede behandeling. Vaak krijgen ouders bepaalde instructies mee om het kind beter te leren met de eigen motoriek om te gaan. Het hoeft niet lang te duren voordat het kind bepaalde bewegingen onder controle krijgt.

Kinderartsen kunnen ook helpen om ouders te onderwijzen zodat zij de omgeving van het kind kunnen verbeteren. Ouders die docenten inlichten over wat er met het kind aan de hand is zullen zien dat het kind sneller vooruitgang vertoont. Docenten spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen, dus zij moeten door de ouders worden ingelicht. Kinderartsen kunnen instructies meegeven aan ouders zodat zij gemakkelijker de omgeving kunnen inlichten.

Daarbij zijn er ook specifieke stappenplannen die ouders kunnen volgen om te zorgen dat het kind gemakkelijker bepaalde taken leert. Deze zijn gericht op taken zoals het strikken van hun veters, zwemmen, sport en spel en nog veel meer. Uiteindelijk is er voor iedere activiteit een ander stappenplan samen te stellen waarbij men dus ook iedere dag aanvullende stappen kan toevoegen om het kind op de juiste manier te onderwijzen.

DCD is niet permanent een obstakel

Voor ouders van kinderen die met DCD te maken hebben is het belangrijk om te weten dat DCD niet voor de rest van het leven grote obstakels met zich mee hoeft te brengen. De motorische vaardigheden mogen dan wat achterlopen op leeftijdsgenoten, uiteindelijk zullen kinderen met DCD ook leren om hun veters te strikken, leren zwemmen en kunnen zij ook goed meekomen tijdens het sporten en spelen.

Bronnen

  1. canchild.ca (Onbekend). Developmental Coordination Disorder. https://www.canchild.ca/en/diagnoses/developmental-coordination-disorder
  2. ncbi.nlm.nih.gov (april 2007). Children with developmental coordination disorders. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1847727/
Zobegaafd redactie
De Zobegaafd.nl redactie is dag in dag uit bezig met het schrijven van nieuwe kwalitatieve en informatieve artikelen om de website verder te verrijken met nuttige informatie. Objectiviteit en kwaliteit zijn de belangrijkste pijlers van de redactie en zijn ook dagelijks bezig met het updaten van bestaande artikelen om op die manier de correctheid van de artikelen te waarborgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in