Conditionering

0
353
Conditionering

Conditionering is een verzamelnaam voor de manier waarop mensen of dieren leren zich aan te passen aan hun omgeving. Bij conditionering toon je bepaald gedrag nadat je bent blootgesteld aan een bepaalde prikkel. Het komt erop neer dat je twee zaken met elkaar kan associëren. Zo weet je bijvoorbeeld dat wanneer iemand de tafel dekt, je waarschijnlijk zo gaat eten. Hetzelfde is het geval bij dieren; wanneer het baasje zijn of haar schoenen aantrekt, weet de hond vaak dat hij of zij wordt uitgelaten, of wanneer de baas het blik met brokken pakt, koppelt de hond dit aan het feit dat hij of zij eten krijgt. In dit artikel gaan we dieper in op de vraag “Wat is conditionering?“.

Klassieke conditionering

In de psychologie worden twee vormen van conditionering onderscheiden, namelijk klassiek conditioneren en operant conditioneren. Klassiek conditioneren vindt plaats door een neutrale of conditionele prikkel, bijvoorbeeld een pieptoon, te laten volgen door een ongeconditioneerde prikkel, zoals een licht elektrische schok. De ongeconditioneerde prikkel heeft meestal biologische relevantie, zoals pijn, wat vaak wordt geassocieerd met een negatieve prikkel, en voedsel, overeenkomend met een positieve prikkel. Na verloop van tijd zal de reactie die oorspronkelijk alleen na de ongeconditioneerde prikkel optrad, dus na de schok, ook na de geconditioneerde prikkel, de pieptoon, optreden. Dit wordt ook wel aangeduid met de conditionele of geconditioneerde reactie.

Operante conditionering

Bij operante conditionering wordt een respons in een bepaalde situatie of context gevolgd door een beloning of door een straf. Een beloning vergroot de kans dat je in de toekomst dezelfde reactie zal geven. Een straf verkleint de kans op herhaling juist. Wanneer het experiment met dieren uit wordt gevoerd, is voedsel of drank vaak de beloning, en dient een lichte elektrische schok als straf. In tegenstelling tot wat je ziet bij klassieke conditionering, waarbij gedrag meer een reflex is die door een bepaalde prikkel wordt uitgelokt, is het gedrag bij operante conditionering spontaan, ook wel operant. Operant gedrag wordt dus niet uitgelokt, maar ontstaat spontaan.

 Conditionering in de praktijk

Conditionering komt in het dagelijks leven veel voor. Een mooi voorbeeld vind je terug in de beloning en bestraffing van kinderen. Wanneer kinderen gedrag vertonen dat niet gewenst is, gedrag dat gevaarlijk is of waarmee ze anderen tot last zijn, worden ze hier over het algemeen voor gestraft. Dit kan bijvoorbeeld door hen naar hun kamer te sturen of door hen bepaald speelgoed te ontzeggen. Op deze manier leren kinderen aan dat het gedrag dat zij vertonen niet goed is. Wanneer zij dit gedrag in het vervolg weer zullen willen vertonen, weten ze dat dit niet mag en wat het gevolg is wanneer zij zich wel zo gedragen.

Het belonen van kinderen werkt op de omgekeerde manier. Wanneer kinderen iets goeds doen, bijvoorbeeld het behalen van hun zwemdiploma of het krijgen van een goed rapport, worden zij hiervoor beloond. Zo krijgen kinderen die een opdracht tijdens de rekenles goed uitvoeren een sticker van de docent. Hierdoor leren kinderen dat hetgeen zij hebben gedaan goed is en worden zij gestimuleerd om hetzelfde gedrag in de toekomst te blijven vertonen. Door de aanpak van belonen en bestraffen leren kinderen door middel van conditionering wat gewenst en ongewenst gedrag is, en hoe zij zich horen te gedragen.

Experiment klassieke conditionering

Eén van de meest bekende conditioneringsvoorbeelden is een experiment van fysioloog Ivan Pavlov, ook wel bekend als de Hond van Pavlov. Dit experiment valt onder de klassieke conditionering. Pavlov ontdekte dat honden beginnen te kwijlen wanneer ze voedsel zien. In zijn experiment onderzocht hij dit door de honden een prikkel te geven en daarna de honden eten te geven. De prikkel was het tikkende geluid van een metronoom, een instrument om muziek in een bepaald tempo aan te geven.

In verdere experimenten maakte hij ook gebruik van andere signalen, zoals een buzzer en elektrische schokken. Aanvankelijk kwijlden de honden enkel wanneer zij eten kregen en niet bij de prikkel. Nadat de combinatie van de prikkel gevolgd door het geven van eten aan de honden een aantal keer was herhaald, begonnen de honden ook te kwijlen bij de prikkel. Het door Pavlov opgewekte gedrag bij de honden is een voorwaardelijke reflex; wanneer prikkel A, het geluid van de metronoom, herhaaldelijk voorafgaat aan prikkel B, het geven van eten aan de honden, dat bepaald gedrag, het kwijlen, oplevert, dan zal op den duur prikkel A dat gedrag opleveren, ook zonder prikkel B.

Kritiek experiment Hond van Pavlov

De onderzoeksresultaten van Pavlov kunnen echter niet zomaar worden gegeneraliseerd naar mensen. Pavlov gebruikte een hond om menselijk gedrag te kunnen verklaren. Dit maakt het lastig te bewijzen is dat dezelfde resultaten op zullen gaan voor mensen en daarom zullen er meer experimenten moeten worden uitgevoerd met mensen om na te gaan hoe klassieke conditionering bij de menselijke soort in zijn werking gaat.

Experiment operante conditionering

Edward L. Thorndike onderzocht in de twintigste eeuw als eerste operante conditionering door te bekijken hoe katten die honger hadden de uitgang zochten in zelf ontworpen puzzelkooien. De kat kon uit de kooi ontsnappen door een pedaal in te drukken bij de uitgang van de kooi. Vervolgens ging het deurtje van de kooi open, waardoor de kat naar het eten toe kon. In eerste instantie probeerde de kat van alles totdat deze toevallig op de pedaal duwde en de deur openging.

Deze stappen werden meerdere keren door Thorndike herhaald en het lukte de kat steeds sneller om de puzzel op te lossen. Nu de kat de oplossing gevonden had, deed deze ook veel minder nutteloze en toevallige handelingen. Aan de hand van zijn experiment kwam Thorndike met de wet van het effect. Volgens hem zullen responsen die voldoening geven herhaald worden en steeds sneller en efficiënter uitgevoerd worden. Responsen die onbevredigend zijn zullen niet herhaald worden.

Skinnerbox

Skinner voerde een soortgelijk experiment uit met een rat in een kooi, de zogeheten Skinnerbox. Deze kooi bestond uit een hendel, een voedselbak en een metalen rooster. Als de rat de hendel overhaalt, krijgt hij of zij een brokje. De rat zal, net als de kat, de hendel toevallig overhalen en bij het eten terechtkomen en geen verband leggen tussen het overhalen van de hendel en het eten. Bij de volgende keren legt de rat dit verband wel en is hierdoor dus geconditioneerd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here