Zwakke fijne motoriek voorspelt taalachterstand bij autisme

taalachterstand bij autisme

Steeds meer facetten over het ontstaan, de ontwikkeling en de voorbodes van de ontwikkelingsstoornis autisme komen aan het licht. Overal wordt onderzoek gedaan om het raadsel dat autisme heet te ontrafelen.

Een trage of achterblijvende ontwikkeling van de fijne motoriek is van belang bij bijvoorbeeld het eten, schrijven, veteren en dichtknopen van kleding. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft ontdekt dat die achterblijvende fijne motoriek een belangrijke voorspeller is van de taalontwikkeling van kinderen. Een achterblijvende taalontwikkeling is weer een “predictor” voor het mogelijk aanwezig zijn van autisme bij een kind.

Fijne motoriek, taalachterstand en autisme

Bij een recent Amerikaans onderzoek onder driejarige kinderen met een taalachterstand en autisme, ontdekten onderzoekers dat bijna de helft ook een extreem vertraagde ontwikkeling van de fijne motoriek had [1].

Van deze groep bleef 77,5 procent van de kinderen gedurende de latere kindertijd of zelfs jonge volwassenheid taalproblemen houden. Daarentegen overwon 69,6 procent van de kinderen, die een wat minder verminderde fijne motoriek vertoonden, hun taalachterstand in de late kindertijd of jonge volwassenheid.

Het onderzoek toont derhalve aan dat er een belangrijk verband bestaat tussen de fijne motoriek en hun latere taalontwikkeling bij jonge kinderen met autistische stoornis die op ongeveer driejarige leeftijd non-verbaal zijn of hoofdzakelijk losse woorden gebruiken om te communiceren.

“Taalontwikkeling is complex. Veel interventies voor jonge kinderen met autisme richten zich op taalinterventie of sociale vaardigheden,” aldus Vanessa Bal, hoofdonderzoekster van het onderzoek. “Onze bevindingen geven aan dat het voor hulpverleners en ouders nuttig kan zijn om fijne motorische vaardigheden te beoordelen en mogelijkheden te creëren om deze vaardigheden verder te ontwikkelen. Op die manier wordt tevens bijgedragen aan de taalontwikkeling.”

Wat te doen

Een ander recent Belgisch onderzoek kwam tot de conclusie dat het inderdaad een goed idee zou zijn om beide problemen tegelijkertijd aan te pakken [2].

Het blijkt namelijk dat moeders hun gedrag steeds aanpassen aan de karakteristieken van hun kind, inclusief het taalniveau. Dit kan mogelijk verklaard worden door het willen opzetten van een vorm van compensatiemechanisme voor de beperking(en) van hun kind, de ervaren stress en de emotionele belasting van de moeder. Een kind dat nauwelijks vooruitgang lijkt te boeken bij zowel de fijne motoriek als de taalontwikkeling frustreert immers de moeder die zo haar best probeert te doen [3].

Overigens is zo’n gecombineerde aanpak natuurlijk een tijdrovende bezigheid. Het zullen in de meeste gevallen de moeders zijn die dagelijks aan de slag moeten met hun kind. Tegenwoordig hebben moeders echter vaak een baan en moeten tegelijkertijd het huishouden draaiende houden. Dan is het vaak heel lastig om voldoende tijd te vinden. Het probleem wordt nog verergerd als een gezin meerdere kinderen heeft. Alle kinderen vragen natuurlijk de nodige aandacht van hun ouders.

Jonge kinderen brengen bovendien tegenwoordig bijna iedere dag door op een kinderdagverblijf. Het is maar de vraag of het personeel, hoe betrokken ze ook zullen zijn, voldoende tijd en aandacht kan besteden aan de achterstanden van een enkel kind.

Bronnen

  1. Bal, V. H., Fok, M., Lord, C., Smith, I. M., Mirenda, P., Szatmari, P., … Zaidman‐Zait, A. (2019). Predictors of longer‐term development of expressive language in two independent longitudinal cohorts of language‐delayed preschoolers with Autism Spectrum Disorder. Journal of Child Psychology and Psychiatry. https://doi.org/10.1111/jcpp.13117
  2. Luyster, R. J., Kadlec, M. B., Carter, A., & Tager-Flusberg, H. (2008). Language Assessment and Development in Toddlers with Autism Spectrum Disorders. Journal of Autism and Developmental Disorders38(8), 1426–1438. https://doi.org/10.1007/s10803-007-0510-1
  3. Roeyers, H. (2016). Moeder-kind interactie en taalontwikkeling bij kinderen met een risico op autismespectrumstoornis. Geraadpleegd van https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/274/764/RUG01-002274764_2016_0001_AC.pdf
Fred de Vries
Fred de Vries noemt zich geen expert, maar kan beschouwd worden als een ‘onderzoeksjournalist’. Hij heeft boeken geschreven over een veelheid van onderwerpen. Zo is hij schrijver van ‘Storm in je Hoofd – Handboek PDD-NOS’ en schreef boeken over onderwerpen als ADHD, gevaarlijke planten, stevia, de cranberry, de duindoorn en chilipepers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in